dorpsleven

  • Dorp tussen 1950-1960...

    100_1385

    Dorp tussen 1950 en 1960…

    Het dorp Stok, bakermat van één van de grootouders. Zij, de oudste van 14 en hij de oudste van 12; beide getrouwd in hun dertig. Hij, sneeuwwit 91 geworden; zij daarna met van die oude moed 87. In de tijd van de boerenkermissen, waar de familie van de wederzijdse stamouders dan naartoe kwam voor het samenzijn, de foor, de koers en het eten; zat iedereen na het over-en-weer verwelkomen tegen 2 uur aan de lange kermistafel. De klein mannen bij de klein manne en de jeugd bij de jeugd…de getrouwden in babbelbereik.

    De dampende koninginnensoep, de vogelnestjes, de kroketten en champignonsaus, met als variatie alles tussen koude bloemkool en warme worteltjes en erwtjes; alles vloeide er als honing in en werd triomfantelijk met ijs of gebak afgesloten.

    Het feestelijk ritueel werd tussendooe of halverwege onderbroken door een sigaartje of moppen van nonkel René of door de afwassende vrouwen, nichten, tantes…enz. Ik zie ze nog allemaal rond de stenen pompbak met de putpomp buiten staan. Naast de Leuvense stoof waar je in de winter je dikke wollen sokken met of zonder voeten insteken kon.  En de SBR-tv die de laatste jaren medebewoner in het boerderijtje werd.

    Zo koel en donker als de oude kelder met z’n boterkroegen ook was; zo helder en zonnig was het buiten op die jaarlijkse kermisdag, waar je al die kinderen die je maar één keer per jaar zag, telkens opgegroeider tegen kwam.  De ouderen weer een beetje ouder en al eens met hun eerste lief of zo erbij. Toen mocht je nog niet teveel experimenteren precies.

    Het schuurtje met de oude bakoven en de hetseltakken om het brood goed te laten bakken, de draaimolen om van melk boter te maken en de twee fietsen van vóór de 2de wereldoorlog, in onbruik geraakt wegens slijtage, ook van de berijders.  Het oude kiekenkot en de ruimte die die beesten hadden om rond te crossen tussen de schapen en het vele kiekegetetter waarmee ze hun eieren met volle ziel in de eigenhandig in mekaar getimmerde legbakken kakelden…zodanig dat de koeien het hoofd altijd uit de drinkbakken trokken om eens goed door hun neusgaten te blazen.

    De mesthoop die we eens per jaar naar het andere grootouderlijke dorp vervoerden om er de fruitbomen mee te verblijden. Het hooi dat op tijd na het drogen binnen moest om langs  het gat boven de stallen binnengestoken te worden. De beesten die vóór de winter op stal moesten. Het mengelen van het voer voor al die dieren met zelfgemalen suikerbieten of soms afval van fruit.  Nu zijn daar allemaal fabrieken voor en de shit die de beesten tegenwoordig achterlaten, bevat zoveel chemica dat hij de meestal in de grond geïnjecteerd moet worden. Het melken van  al die herkauwers of het begeleiden van hun bevallingen, alles had zijn speciale geuren en kleuren die voor een kind als ik, waren als de verschillende soorten verf voor een schilder.

    Hoe de verschillende soorten personages die deze omgeving bevolkten, waren, is onbeschrijfelijk als je ze niet kent. Waarom ze met mekaar omgingen, een bijna onontwarbare puzzel, waar een kind niet stil bij stond. Moe Stok, een beetje een indiaans uiterlijk, altijd in de weer met haar broodmes tegen haar zware boezem, haar zelfgebakken, door het eigen vuur geblakerd brood snijdend; immer bekommerd dat iedereen toch wel genoeg had, altijd voor ’t plezier afgevend op haar Jef met de in de week ‘vettige klak en soms een ‘ajja’-gerold sigaretje, bijna nat en uitgedoofd in zijn mond. Hij wist wel wat hij moest zeggen om haar voor ’t lachen in de gordijnen te krijgen…tot op zijn sterbed had hij haar met een schalkse uitspraak beet. Hij, die precies oude witte Zweed, jong gebleven van hart; maar op ’t eind versleten van te kasseien te leggen, toen het kleinschalig boeren minder begon op te brengen. Ze hadden aan dat boeren zo een voldoening…dat op ’t eind van ’t leven nog op het gemak strompelen naar de stal met minder en minder beesten.

    Hoelang heeft zij niet gebakken aan al die taarten van allerlei soort; moe Stok…wat stonden die landelijke moe’s toch heerlijk garant voor die oergebonden versheid van groenten en fruit. U moge verwerven zoveel rijkdom als U wil, vergeet nooit dat het ook anders is geweest en doe ook eens iets dat je terug korter bij mekaar of bij de natuur brengt, want alles gaat zo vlug voorbij…en het zou erg zijn dat je niet van de dingen van het leven leert genieten wanneer ze zich aandienen…want dan gaan ze veertig jaar later niet meer terug kunnen opduiken zoals nu.

    Bij een fietstocht door het landelijke stilleven in volle actie, merk je dat er niet veel meer oude boerderijtjes zoals die van vroeger overblijven, ze zijn omgetoverd in rustiek modern.  Veel is er veranderd, ook het samenleven onderling. Minder kinderen, meer diepgang, maar ook meer oppervlakkigheid, meer regels, maar ook minder regels, het is maar hoe je het bekijkt en je oordeel hangt altijd af van in hoeverre je alle voorouderlijke plaatjes en het NU meer en meer snapt.  Octo 11/08/09ma