bloeddiamanten

  • Calixte, het diamantendelvertje

    toscaneplus08 066

    niet God, maar de ongebreidelde geldzucht van sommigen, dreef sommige delen van de wereld uit hun paradijs

    Calixte, het diamantendelvertje

    Calixthe wroet zich alle dagen als een mol doorheen de nauwe schachten van de hoop van de ‘les misérables’ ergens in Afrika.  Mevrouw Edelsteen, call me Gertrude, voor de selecte vrienden, wiens man in deze onzekere tijden nog maar een schilderij van enkele miljoenen dollars gekocht heeft; verwijt haar  man al maanden dat ze geen diamantje meer gehad heeft.  Hij belooft dat zodra Uncle Sam zijn aanhoudende bad-banking waarden via de belastingen aangezuiverd heeft, nog eens wat diamantjes te kopen als hij in Antwerp is.

    Calixthe verdient niet eens een paar euro per dag met de rijke ertsen die via militairen, paramilitairen en handelaars via de slijpers in de winkels geraken. Hij leeft in een democratisch land, want op tijd organiseren de twee grootste partijen verkiezingen.  Soms komt er al eens een verkiezingscaravaan of een enkel parlementslid langs in het stadje.  Die mannen komen dan in dikke auto’s met veel bewaking aangereden, vergezeld van vrouwen met sieraden, die wel enigszins verschillen van de zelfgemaakte kralen der inlandse vrouwen.  De politici komen dan vertellen dat de modderwegen en het gebrek aan drinkwater aangepakt gaan worden en de redenen waarom dit weer niet al gebeurd is,leggen ze zoals altijd bij regering, oppositie of het ‘rijke’ Westen.  Calixthe weet nog niet dat de grote buitenlandse regeringen de democratie in zijn land zeer genegen zijn.  De zogezegd religieuze en andere fanatici die de twee grote partijen in zijn land bestrijden, leven zelf voor een deel van de grondstoffenhandel.  Alle gewapende freaks om en rond de mijnen aanzien de arbeiders als hier bij ons te lande, hazen in september…daarom morren de makker van Calixthe weinig, ze komen er wel en diegenen met een tuintje of grond helpen mekaar te overleven.  Zich politiek organiseren is gevaarlijk, hebben ze geleerd. Ze zijn het moe van hun doden te begraven. 

    Gertrude Edelsteen ,  ziet de langer wordende rijen werkzoekenden soms wel eens als ze naar Chicago vliegt. Ze is het, ondanks het gebrek aan ‘liefde’ van haar man( voor een schilderij heeft hij wel geld) eens met het feit dat mensen maar langer dan 65 moeten gaan werken zoals in Europa en dat als je hun uitkering te hoog maakt, ze niet meer gemotiveerd zijn om te werken…daarom stijgt het aantal werklozen de laatste tijd na die stomme beurscrisis, vindt ze zelf, want ze kan de uitleg van manlief niet altijd volgen.  Laatst zag ze een werknemer van het bedrijf van haar man, met een groot bord op straat op TV, die  vent bestond het aan te klagen ‘dat het maar eens moest gedaan zijn met die miljoenen mensen in fabrieken wereldwijd, die zich uit de naad werken omwille van winsten en buitenlandse deviezen die dan op de beurs in rook opgaan !         ’’ Waar haalt zo een stuk onbenul het lef vandaan om in de hand van ons, de grootste aandeelhoudersgroep van het land te spuwen, de hand die hem voedt.”, had ze tegen iemand van haar kuispersoneel gezegd, waarop de vrouw beter wetend, weer maar eens wat dankbaarheid voorwende. 

    Volgend schooljaar zal Calixthe weer naar school proberen gaan, ‘a non governemtal arganisation’ komt het onderwijs beter organiseren(zijn Engels begint naast het Frans te vorderen, dank zij ‘het buitenland’ dat sommige soorten hongerige militairen betaalt).  Calixthe heeft plannen, hij wil wel eens weten waarom hij misschien wel de rest van zijn leven in die schachten moet ploeteren.  Hij is benieuwd wat al die speciale woorden betekenen : ‘social’, ‘contract de duré limité’, hij wil al zo lang het boek in de kast van de verpleegster van de medische post lezen, maar durft het haar nog niet te vragen…’Victor Hugo’, noemt het boek, denkt Calixthe.