Fabel van mieren en miereneters

100_0703

Zij, de miereneters, wij de mieren. Een fabel rond de wereldpolitiek Hun hoofdwet was : denk niet na over het feit waarom je zoveel stresserende produktieve arbeid moet leveren terwijl op een heel groot deel van de nietwerkende Mieren, jacht word gemaakt om ze te kunnen betrappen op werk. Het was een soort ekonomisch kanabilisme. Gelukkig waren er nog Mieren die zich minder vlug bewogen en die niet zo blindelings gehoorzaamden aan de Mierenwetten.
Het merendeel van de mieren liet zich vangen aan de strikt-pro-Mierenetersmedia en zolang de Miereneters ergens nog wat suikergeld voor ze hadden, haasten ze zich naar hun werkplaatsen. Waar dan ook ergens anders mieren kreveerden of voor minder suikergeld moesten werken...een geslaagde poging om de Miereneters van de commandoposten te krijgen, kwam er niet; ondanks vele goed bedoelde pogingen in die richting.Een andere wet was dat je je ook niet moest afvragen waarom er zo’n groot verschil bleef bestaan in de verloning en behandeling van de verschillende soorten kantoor- of fabrieksmieren. Een Mier uit Afrika bijvoorbeeld , plukte in ‘het zwart’ appelsienen voor de helft van ’t geld.

De meeste, militair best uitgerustte groepen Miereneters hadden hun tegenstellingen tijdelijk aan de kant geschoven en zich verenigd in een soort van wereldwijde brandweer die eerst alle pyromanen die graag met vuur speelden, van vuurstokjes voorzag : pyromanen zoals daar waren : extreme nationalisten, fanatieke religieusen; die nog altijd niets van de menselijke inhoud van het woord ‘religie’ begrepen hadden; de maffia, …of bevriende regeringen en hun legers. Van zodra dan iedereen voldoende opgehitst was en de eerste branden een feit ;landden dan altijd de onderhandelaars van de Mierenetersbrandweer om de branden te blussen…’lees’, aan te wakkeren, of in een hun genegen regeringsvorm te gieten. Uiteindelijk kwamen de brandweerploegen overal zogezegd ‘humanitair’ tussen om overal ter wereld hun militaire basissen te kunnen vestigen…zeker voor ’t geval dat er nog meer brand zou te verwachten zijn. Want er waren toen zo’n soort imperialistische brandweeroefeningen tussen de verschillende soorten verenigingen van internationale Mierenetersbendes aan de gang.

In die tijd werden de Mierenetersbendes ingedeeld alnaargelang de plaats van afkomst van hun sponsors. Zo waren er de petroleummiereneters uit de halfdorre zandvlakten die vaak op de fanatiekste hunner Midden-Oosten- geloofsgenoten gokten bij het besteden van hun overvloedige winsten…en nog andere op hun beurt verdeelde groepen en bendes die ook de Miereneters van hun vroegere kolonies van vuurstokken voorzagen om hun plaatselijke Mieren armoedig en onderdanig te houden en hun voor rekening van de rijkste der oorspronkelijk koloniserende Miereneterslanden blijven uit te buiten. Nooit mocht er worden gezegd of geschreven dat het allemaal om grondstoffen en ekonomische en bijgevolg politieke machtsspelletjes ging…nee…er waren overal wel ergens branden die moesten worden geblust…overal moest ‘humanitair’ geholpen worden…wie dat tegensprak was een Mier onwaardig.

Ook al werd de toestand in de brandende bijkantoren van de Miereneters zo uitzichtloos dat de plaatselijke Mieren totaal aan de maffia waren overgeleverd…de grote Miereneters kon je geen verwijten maken.
Trouwens, ze werkten toch ook maar voor de anonieme kartels van de grote Mierenhouders die via de Mierenmanagers het leven van miljoenen Mieren in goede, want winstgevende banen hielden. Steeds bezorgd om markten en groei leidden de Mierenstaten hun legers vechters, werkers en werklozen in de richting van het meeste opbrengst van het geld : in de richting van onder andere wapenproduktie, krisis, groei en oorlog.

octo

De commentaren zijn gesloten.