Familiebedrijfsaga zonder foto's

DSCN0561

 Er zijn geen foto's van.

Alleen beelden en herinneringen in onze hoofden.

Waarden waaraan we hechten.

Omdat alles een zin en een bedoeling had en heeft.

Omdat alles altijd is zoals het op een bepaald moment kan zijn.

Ongeveer 1943.  Een slanke zwartharige jongeman rijdt per zware fiets met petrollamp doorheen veldwegen van zijn dorp naar het dorp van zijn blonde lief een fietsuur verder.

Zijn dorp zou een jaar later omsingeld worden door meestal collaborateurs en nazifascisten die een dorp van weduwen zouden achterlaten.  Een verdwaald stukje van een soort bom zou haar raken.

Hij had met zijn broers ook bij Cockerill in Seraing geen werk gevonden, maar wilde naar Kongo emigreren met zijn, na de werkuren op het landbouwersbedrijf van zijn vader behaalde diploma in exotische landbouw.  Zij had hem overal ter wereld willen volgen.

            Toch kozen ze na een zestal jaar verkering voor het fruitkweken en het verhandelen van hun produkten en die van andere boeren.  De uit Engeland overgewaaide laagstamplantages vervingen de hoogstam, de veestapel van hun ouders maakte meer plaats voor handel.  De kar met paard naar de markt in Leuven;( wie kan het zich nu nog inbeelden), werd op een dag vervangen door een automobiel waar nog een stuk hout in het chasis verwerkt was.  Dan kochten ze samen met hun broer en schoonbroer  een Magiruskamion waarmee ze een plaats op de binnenlandse markten van Mechelen veroverden.  Begin jaren zestig was het dan tijd voor de handel met het land dat door de mensen van voor hun generatie nog 'Pruisen' genoemd werd.

Die' Pruisissche' mensen hun grote politiekers hadden een deel van hun volk al tweemaal op de rest van Europa afgestuurd, maar ons pa en ma en compagnie bewezen dat het beter is met fruit naar ergens te gaan dan met wapens.

            We weten het nog goed.  Ons ma vanaf juni alle dagen om vijf uur op om de meer dan honderd famillies boeren en mensen die na en voor hun werk iets wilden bijverdienen te ontvangen; hun aardbeienleveringen volgens categorieen in boekjes met carbon te noteren. Sommige leveringen met extra punten 'sterretjes', andere daarom niet minderwaardig.  De oogst stopte niet voor oktober door was en het leveren ging de hele winter door toen zijzelf en andere fruitkwekers hun frigo's begonnen bouwen.

Eén kamion per dag bleek in de piekmaanden niet meer genoeg om alles naar binnen -en buitenland verscheept te krijgen.  De aardbeien waren nog niet af of de rode bessen kwamen er al aan.  Stekelbessen en kersen kondigden dan het hoogtepunt van de zomer aan.  Dan staken de eerste vroege appelsoorten hun kop steeds duidelijker op, de James Grieve, Stark, de Tydeman en dan de pruimen en de Cox Orange ; de zure Jac le Bel , de Golden; de Boscop en de Winterbanan en de tien soorten peren en de annekdotes over de oude stencilmachine voor de etiketten, waarover ik het wel een andere keer zal hebben.  Kortom, iedereen was altijd bezig, iets dat ook onze pa in zijn latere leven zo moeilijk afgeleerd kreeg; omdat , als hij niet op de baan of de veiling of thuis tussen de kisten of papieren zat; hij ook nog op allerlei mogelijke manieren tussen de bomen en zelfs tussen de ‘koei en de schapen’ van de schoonoudjes  te vinden was.  We moesten wel keihard leren werken, anders had hij het economisch misschien niet overleefd.  Naarmate het bedrijf groeide nam hij een aantal mensen in dienst.  Mensen waar ik ooit al  eens iets over geschreven heb ; Frans en Tuur, mijnwerkers die blij waren boven de grond te kunnen werken, Hagelandse plattelandsvrouwen als Clemence en Sieke en anderen, of de jongste van 'Louis van Sisses.' Jarenlang waren zij als famillie aan huis en de middagmaaltijden waren dan altijd een vrolijke bedoening.  Eerst maakte ons grootmoe 'Lin' nog het eten, toen ze vier jaar ziek was deed ons ma dat er ook nog maar weer bij.  Het was niet alleen een bedrijf waarvan de bedrijfleiders moesten zorgen driemaal per week op de binnenlandse groothandelsmarkt te staan met eigen en geleverd of op veilingen gekocht fruit; er moesten niet alleen een aantal eigen plantages worden onderhouden en in het hoogseizoen tot zesmaal per dag naar het buitenland gereden...ook de oudere generatie van de famillie werd de laatste jaren van hun leven waardig naar hun aardse einde begeleid.   Ons ma heeft zoals wij ,wel ver alle stielen gedaan.  Had ze zoals  haar oudste kleindochter met de auto leren leren rijden, dan hadden we het haar  misschien wel niet kwalijk genomen dat we ze nooit meer hadden weergezien.  Maar ja, iedereen moet zijn eigen uitdagingen aannemen …en iedereen maakt voor zijn eigen op tijd de balans ervan op.

          ‘Waar is de tijd naartoe’ zegt men zo dikwijls, is hij niet gewoon samengebald in dit materiele en genetische heden ?  De houten onderleggers voor de honderden aardbeienkistenstapels die dagelijks met steekkarren tot bij de kamions werden gebracht en dan met de hand geladen werden.  Ik was nog jong en stak meer keren drie en vier dan twee kisten tegelijk omhoog. ‘’Ge gaat uw ‘was’ breken’’; zeiden Tuur en Frans van Schunnebroek me altijd.   Later reden we met de karren de nu tot invalidenlift omgebouwde laadbrug omhoog tot op laadbakhoogte. In Mechelen trokken we tussen de rook van de diesels om vier uur  ’s morgens al karren met twintig kisten peren van twintig kilo naar de kamions van Lemaire uit Bastogne en Hostin uit Virton en  de roodblozende dikke Marcel uit Arlon die geen takscontroleurs kon zien of rieken of gewoon  de Frans van Boortmeerbeek.   In Keulen bij Birkenheimer, in  Dusseldorf bij Wittenberg, in Duisburg bij frau Hoffman, in Koblenz tot in ergens een Daffabriek toen de kamion in pan viel, overal kwamen we dezelfde mensen als hier tegen…ze zeggen en doen het gewoon op een andere manier, maar het gaat om hetzelfde.  Over het enige echte theater dat het werkelijke leven is.

Ondertussen en tegelijk werden er boomgaarden gesnoeid en gerooid; snoeihout bijeengekeerd en met een soort vorkmachine zonder naam uit de rijen gestoten en opgestookt.

Na de winters wanneer het nieuwe leven op de takken weer uitbrak; moest er weer gemaaid en gesproeid worden want de klant wilde ‘mooi’ fruit zonder ‘plekken’ en maakte een onderscheid tussen dik en klein fruit.  Het was eerst in de tijd van onze jongste zus en haar man dat onze pa met Onze-Lieve-Heersbeestjes en zo begon te experimenteren; dik tegen de goesting van de chemieindustrie en onder toezicht van een juffrouw vh ministerie van tuinbouw geloof ik, maar daarvoor zal ik weer eens op ons ma haar langetermijngeheugen voor mensen en families moeten beroep doen.

Zijn broer en neef, ontlastte onze pa meer en meer als camioneur en de introduktie van clark en paletten maakte handlangers zoals ondermeer  ik of mijn neven die meereisden om alles met de hand te laden en te lossen meer en meer overbodig. Merkwaardig was wel, dat alhoewel er in de frigo's niet meer zo met de hand moest gestapeld worden, het aantal werkuren wegens de voortdurende schaalvergroting niet daalde.  Machines om zes kisten appellen driemaal op zes andere kisten te zetten werden vervangen door de clark; waar zelf al een apart hoofdstuk over te schrijven valt; kamions werden groter, traktoren verouderd of versleten…zoals onzen eerste die we nog moesten ingangpompen.  We mogen echt dankbaar zijn, denk ik soms dat we in een tijd tussen het oude en nieuwe zijn opgebracht…omdat je alles verschillende facetten van het leven dan misschien beter naar waarde kunt schatten. Maar misschien is deze tijd dan ook weer een overgang .

            Al van in de tijd dat m'n oudste zus nog naar school ging en de mensen zondagsvoormiddag's aanschoven om het geld voor  hun fruit af te halen; sprong zij in de boekhouding bij...tot en met het behalen van een avondschooldiplom A1.  Ook haar man sprong haar zo nodig bij.Waren wij allemaal kontent dat wij met al die paperassen niet moesten bezig zijn.

            Naarmate de groothandelsdistributie meer en meer door de grootwarenhuizen zelf opgeslorpt werd en de ketens zelf hun fruit op de veilingen kochten en men in Duitsland meer eigen fruit ging telen verschoven ook de verhoudingen op de markten.

Kinderen trouwden en bouwden toen door allerlei ekonomische  en subjektieve omstandigheden  meer dan nu en gingen hun eigen weg, met of zonder mekaar doorheen het zich wijzigende landschap van de wereld met z'n oude en nieuwe opvattingen . Het is nu weer aan de  kleinkinderen om uit de ervaringen van de vorige generaties de te leren en hun eigen weg te gaan.

            Laat ons met al onze moderniteit het hoofdstuk dat aan de kleinkinderen voorafging niet te vlug vergeten…dat kan zelfs niet denk ik, want we zullen er de rest van onze levens nog op tal van manieren aan terugdenken.    Geen wet, geen afscheid, geen afstand, geen dood kan ons scheiden.  Laat de machine de mens maar voor een stuk vervangen, hem als mens vervangen kan 'het', de 'machine', toch niet.  Laat ons het werk dat we doen, niet alleen doen voor het geld, maar omdat we het graag doen...zoals alle personen waarover ik sprak , en anderen...het graag deden.  Laat ons de mensen die we graag hebben in al hun onvolmaaktheid waarderen...alleen in het dagelijkse leven als geheel; tesamen zijn we volmaakt. Of je nu bomasoep maakt of als oude wijze man, ondanks je lichamelijke beperkingen het zachte in jezelf soms nog kunt uitstralen.  Of je fruit kweekt of de jongeren laat sporten of alle soorten jobs aankan of auto’s herstelt of programma’s schrijft.  Of je mensen gezond wil leren eten  of het half land van koelte of warmte voorziet of huizen bouwt . . Laat ons ook niet oordelen over de minder aangename trekken van anderen, maar ons verwonderen over anderen en de wegen die zij bewandelen.    Zijn we niet allen moedige nakomelingen,   schepselen van de eeuwige kracht van het goede...dat we op allerlei verschillende manieren proberen doorgeven en verdedigen, tegen al het negatieve in.  Na jaren van generaties die zwarte sneeuw hebben gezien, zouden we het nu beter kunnen hebben en toch wordt die opgebouwde welvaart bedreigd en zitten er zoveel mensen met stress, alé dat schrijven ze toch, misschien is het eerder een innerlijke leegte in veel gevallen.

octo

Commentaren

  • ’t Zal wel gaen mister, de mannen zeggen “ja”



    Mijn herinneringen dwingen me aanvullend te reageren. Alleen al om de pruimsoorten aldaar vermeld in hun kwaliteithoedanigheden in ere te herstellen en de promotiecampagnes hun nut te laten bewijzen
    Waar is de tijd van de zuurzoete en wit-rozige Early Laxton, de goud-sappige Monsieur Jaune,
    de ach zo kwetsbare Colombien, de zwaar beladen ofte de witte Reine Claude d’Oullens, de alombekende blauwe Monsieur Hâtif, de groene met rode wangetjes Reine Claude verte,
    De verbluffende smaak van de Bleu de Belgique, de misprezen Belle de Louvain met de onmiskenbare gelijkenis op paterskloten, de groene “ reddel” onder de naam van Reine Claude crottéé.
    En dan kwam september met zijn keiharde blauwe Monarch en per slot de echte confituurpruim onder de naam van Altesse naast de reuze langhoudbare Altesse Double ofte de Altesse de Liège.
    Anna Späth was de meest lastige klant. Ze fungeerde meer als een bestuiverssoort.
    Daarom veel geblaat maar weinig wol ttz veel bloesems maar geen opbrengst.
    Aan die laatste kastaars werd al heel veel kou geleden met verkleumde handen en natte mouwen. De roestige en verregende najaarsblaadjes waren de laatste getuigen van een gevuld pruimenseizoen.
    De laatste getuigen… mijn herinneringen brengen details naar boven aangaande hetgeen ik mocht lezen. Grootvader Frans was vriend aan huis bij Frans Hendrickx en omgekeerd;
    Ik zie nog het Chrevoletmodel van de jaren eind ’50 wiens “schoft” achteraan met stapels perzikenkistjes gevuld moesten worden, ’s morgensvroeg, bij ons de laatste halte, voor dat de reis naar Mechelenmarkt kon aanvatten. Een luxe voor ons in de hoogste graad: ons “markt” werd aan huis opgehaald. Enig nadeel was, na een dag van plukken en eindeloos sorteren met veel “foezel” langs de kanten voor het opvullen van de kistjes, was het de volgende ochtend zeer vroeg uit de veren.
    Froezelpapier in alle kleuren. Immers, er waren nog geen plastieken onderleggers voor een stabiel transport langs de kasseiroutes naar Mechelen toe.
    Heerlijk die perzikreuk. Maagdelijke kampioenen in hun frivole velletjes. Het aardsparadijs in miniverpakkingen. Hun namen verklappen favoriete soorten die best konden gedijen op de “hemelvlugge zandgrond van “Den Dieleberg” en de naburige “Steenpoelgrond” aan het gemeentehuis.
    Op de etiketten kwamen namen als Madame Guard, Charles Ingouf, Vaes Oogst naast de onvolprezen Broechemse en de koninginnestukken van de Amsden. Elke plukdag werd bezegeld met een dael: uiterst voorzichtig plukken, zonder vingerafdrukken en stevig verpakken. De uiterste waardering.
    Het werd een handwerk dat durfde uitlopen tot het donkerte. En dan kwam het …
    Die avond werd “den 271 “ via de centrale van Winge gebeld om te zeggen hoeveel kratjes er klaar stonden. En hoeveel gewicht dat het uiteindelijk wel zou kunnen betekenen.
    Aan de overzijde één en altijd hetzelfde antwoord:” ’t zal wel goin mister.” Want het ging altijd.
    Ook als het niet ging. Of het nu veel of weinig was. Dat was zo in de beginperiode.
    Later werd er inderdaad overgeschakeld op het systeem van de intensieve fruitteelt van appel en peer.
    De zo gegeerde platfruitsoorten die het moesten hebben van zonovergoten zomers kregen internationale klappen door toedoen van Europese landbouwregelingen en diens subsidiediensten met bovenop aantrekkelijke en niet te versmaden rooipremies voor plantages mét bepaalde ouderdom én in volle opbrengst. De streken en de steken van de toreadors. De zavelputten puilden uit van de stapels stronken.
    En paar jaren later arriveerden er ellenlange koeltreinen met zuiderse aanbiedingen die op “commissie” werden verkocht. Wat wilde zeggen: in elke grootstad werd er afgehaakt met een paar treinwagens extra wat men dacht dat kon en moest verkocht worden, aan welke prijs dat ook. Spotprijzen alom.
    Onze boomgaarden stonken naar rottende weelde. Overschakelen naar hardfruit was een noodzaak.
    Per slot was men blij dat er op de Binkomstraat ten huize Coeckelbergs toch niet “neen” gezegd werd wanneer er links of rechts nog een overschotje mocht aangediend worden van een of ander solitair exemplaar staand behouden model. Per slot, zelfgemaakte compot of confituur voor in de winter…
    Maar de winkelrekken presenteerden oogverblindende met mediterrane soorten gevulde glazen .Immers in de zon geplukte soorten. En onze grootmoeders en hun recepten sneuvelden bij bosjes.
    Zij werden de graaggeziene hulpjes in de intensieve fruitaanplantingen van appel en peer.
    Als we het nog eens doen, daarover meer.

    Guido H

  • gelieve U kenbaar te maken

De commentaren zijn gesloten.