Lotgevallen van Luchtmachtpiloten

Lotgevallen van een Canadese piloot in WOII

S5000325

Peter Celis schreef een boek over Ted Blenkinsop, een man die tijdens zijn laatste vlucht met zeven andere bemanningsleden neerstortte boven oost-Brabant. Hij alleen overleefde en werd in tal van gemeenten en gezinnen opgevangen, maar eindigde zijn exodus toch in een concentratiekamp.                               De auteur vond geen uitgever in onze lage landen en vertaalde zijn boek naar het Engels. In de Engelstalige landen worden onze geschiedenis nu des te meer gelezen. “One who almost made it back”. Aan ons het leren lessen trekken voor nu en de toekomst.

Van aan de story van Ted’s grootouders tot en met zijn jeugd en het uitbreken van de oorlog zijn voortreffelijk geschreven en er blijkt nog maar eens uit hoe verweven de levens van mensen kunnen zijn en welke factoren er in het nemen van beslissingen kunnen spelen en wat dat voor tal van andere mensen in hun dagelijkse leven betekenen kan.

Het deel van de militaire loopbaan van de man en verder, toont nog maar eens aan welk een gigantische, maar dan ook supergigantische hoeveelheden geld er aan oorlogen besteed wordt.  Dan hebben we het nog niet over de enorme verliezen aan mensenlevens en de ‘heropbouw’ nadien. Indien de gewone mens en de soldaten moesten weten hoe die oorlogen aan de top van de politieke en economische werelden geregeld worden, men zou wereldwijd alle militair materiaal naar de smelthovens voeren.  Niemand zou nog willen gaan bombarderen of wat dan ook.  Wie weet zou men een deel van het volk dan toch nog in een wanhoopspoging superbedragen gaan aanbieden zoals dat nu al in de privéöorlogsvoering in Irak gebeurdt.  Hoeveel een bepaalde staat zijn bommengooiers betaald weet ik niet.  Hoe men er in slaagt van midden economische crisissen telkens weer groepen tegen mekaar op te zetten, je houdt het niet voor mogelijk, zoals dat nu ook weer de dag van vandaag het geval is.

Destijds had men een trukendoos, die je voor die tijd onmogelijk houdt, om de mensen tijdens een oorlog proberen mak en onderdanig te houden en in het gareel te doen meelopen. Alles en iedereen van in de jaren dertig al ondergeschikt aan de militaire produktie…sommigen trapten in de val van ‘als je toch maar werk hebt’.  Anderen doken onder, het verzet tegen de opeisingen van werkvee groeide.  Een deel van het verzet had een top die de zeer dicht bij de aanstichters van oorlogen stond.  Eens te meer werd de gewone mens gebruikt voor de agenda van de elite…en betaalde ondanks alle goede bedoelingen met hun leven.  Het andere deel van het verzet werd na de oorlog gedwongen ontwapend omdat ze zich te zeer in de gunst van het gewone volk gewerkt hadden. Aan vooral die verdiensten danken we nu nog het feit dat in bijna heel Europa regeringen bijna niet anders meer durfden dan een begin met sociale zekerheid te maken.   Dat had ook anders gekund, net zoals het nu anders zou kunnen…als we ons tenminste meer bewust zouden zijn van situaties en mogelijkheden om het over een andere boeg te gooien.

Overdrijf ik ?  Ik zal er even een brochure van UNICEF over kinderen in oorlogslanden bijnemen.  “Is oorlog onvermijdelijk ? Het is onmoglijk om op die vraag te antwoorden,”, schrijft men in de inleiding.  Toch al beter wat men onze generatie altijd voorhield “het is er altijd al geweest en het zal er altijd blijven”. Verder leren we dat er onder de slachtoffers in de eerste wereldoorlog 90 percent militairen waren en dat dat percentage vandaag de dag voor burgerdoden geldt.  Het primitieve, haast rituele  woord ‘slacht’-offer had nog nooit zo een gruwelijke betekenis.

Tussen 1990 en 2000 zijn er 2 miljoen kinderen omgekomen in oorlogen, zes miljoen gehandikapten, 22 miljoen vluchtelingen, waarvan ongeveer 50% kinderen.  300.000kinderen worden in een dertigtal landen verplicht van wapens te dragen. 250 miljoen anti-persoonsmijnen liggen verspreid over 105 landen, miljoenen getraumatiseerde kinderen…allemaal rechtstreekse gevolgen, zonder het over de onrechtstreekse gevolgen te hebben (zoals voedselvoorziening…). 

Als al het leed van vroeger een zin wil hebben, moeten, zullen de boeren, werkmensen en de niet aan het casinokapitalisme gebonden ondernemers in die landen,  de regimes ginder moeten vervangen…en dat kunnen ze onder de beste omstandigheden doen, als ook wij hier eens meer een intelligente inspanning zouden doen om de wereldproblemen proberen te begrijpen en dan binnen onze organisaties en partijen daaruit onze besluiten te trekken. Zoniet, ‘what the hell will be ahead of us’ next time ‘(tijd die al bezig is in feite).

Octo  2/11/08

De commentaren zijn gesloten.