Eén been in 't graf, een ander in de 'hemel'?

DSCN0395Elza, ooit zelf café gehad, nu met haar loopkarretje, zet zich een tafel naast de mijne. Veel hadden we niet nodig om in gesprek te raken. Als weduwe vroeger in ’t dorpscafé ergens op zo’n grappige ‘taal-grens’ , tapten de klanten de laatste jaren zelf.  Elke dag kwamen de mensen van niet verder dan een paar straten bij haar langs en hielpen haar uit het bejaardenhome blijven, waar ze nu dan toch was beland omdat haar zoon er werkte. “ C’est parfois triste, ’t is soms triestig al die ouwe mensen met hun levensverhalen”, zei ze, “vooral als ze de betekenis van het leven dat ze hebben geleefd, maar half snappen…en juist daarom niet echt gelukkig zijn”.  Elza probeerde sommige van die mensen altijd een glimlach te ontlokken, dan verloren ze het wrokkige en overwonnen het grommerige en rancuneuze van zichzelf. “Het ligt dikwijls aan ‘elle zelf’ aan  hun zelf als ze zich de hele dag zitten beklagen, zei de vrouw uit haar Ellezelles van vroeger. Toen ze vertrok, alles kraakte aan haar, maar haar stem en haar ogen waren nog steeds de oude ambassadeurs van inzichten uit ervaring.  Toch merkte ik aan haar dat ze er eigenlijk genoeg begon van te krijgen van zo te moeten sukkelen tussen café en home, ze hield alleen nog vol ter wille van de paar warme vrienden en malse vriendinnen die ze in ’t hospice had. Maar die zagers, daar moest ze niet veel van hebben, maar niet aan te doen dat ze zich soms aan de vrolijker mensen ergerden, onderdeel van hun levenslessen zeker.

Mijn soep met schotel van het huis was lekker uitgelepeld en vertrokken naar waar er energie om mee te leven van gemaakt wordt. Ik zette me aan de toog en raakte in gesprek met Kunnal , de filosoof van dienst naast me.  Hij kende Elza al langer en vertelde me over de uitvaart van haar man Marcel, met wie hij destijds nog gewerkt had. Kunnal zag er niet uit als een praatvaar, maar een kwartier lang, was hij niet te stoppen.  Hij had een doodongewoon verhaal voor mij in petto.  Hij volgde zijn draad, ik durfde hem dus niet te onderbreken.

Sommigen hebben iets tegen 'dood zijnde', verbrand worden. Marcel niet.  Een tijd voor hij stierf heeft hij op de begrafenis van een ander lid van de duivenbond  nog gezegd dat men hem maar naar de verbrandingsoven in Ukkel moest doen. "Je hoeft zelfs mijn as niet mee te brengen", had hij tegen z'n Elza gezegd.

            Bij iemands dood weegt al wat die persoon ooit voor je belichaamde, heel anders dan alles wat hij of zij tijdens de momenten van haar of zijn leven zelf betekende.   Alhoewel sommige wetenschappers beweren dat we in ons brein geen beelden zien, zie je de dode bij het terugdenkproces duidelijk nog in hun manier van doen bezig. Zelfs zonder dat die beelden een andere, nieuwe boodschap uitdragen, blijf je meer dan ooit duidelijk voelen wie hij was...waar hij voor stond.  

            Aan Marcel hoefde je niet uit te leggen, waartoe fascisme leiden kon.  Rechtse proletariërs die 't vuile werk van de burgerlijke politiekers opknapten, hadden  z'n vader, een militant die de echte proletenkleuren verdedigde vermoord. Toch hield Marcel niet van structuren die iedereen in vakjes zetten.   Hij kon uren, dagenlang minutieus zijn werk ter harte nemen, en al hetgeen wij niet hadden gezien, uit de boekhouding opdelven.

             Zijn staalharde ogen, die , als zijn mondtrekken op lachen stonden, heel zacht, geweldloos overkwamen.   Wij gunden hem zijn verbolgen blikken , op die zeldzame momenten dat hij dank zij z'n donker brouwsel Engels bier, alles wat hem op de hersenlever lag, innerlijk aan 't verergeren was.  Wij hadden op die momenten geen schrik van deze massa lichaam. Hij bewees ons daarvoor te vaak zijn goedhartigheid, door geraffineerd guitig met onze voeten te spelen.  Soms wilde hij ons al treiterend zijn macht in een wurggreep tonen of soms stond hij na het werk al met z'n dikke lippen smakkend,in 't gat van de bureaudeur, ons voor wat gerstenat uit de frigo uit te nodigen.

            Zo...en zoveel meer (waarvan hij het meeste heeft meegenomen?), was Marcel.   In alles en iedereen steekt zo'n grote hoeveelheid materiaal ter inspiratie...dat je precies nooit klaar raakt met het totaalbeeld van de wereld om je heen.          

            Het crematorium  dan, de plek waar men Marcel’s naam in monnikenstijl, verguld in een groot boek, neerschreef. Het vervangprodukt van Sint Pieter voor de 'vrij' 'zinnig' 'verstandelijken', die zoals ik, ook niet geloven in zomaar God, omdat niemand me dit woord ooit gedefinieerd heeft, maar ik geloof zeker in veel sterke dingen.

            .Toch eigenaardig, 'curieus', die oudere collega's op een uitstrooiplaats-met-bomen-in-bloei-zo-bijeen.  Vinden zij het leven in deze periode van hun leven nu eerst echt spannend, nu de grote ontknoping, het grote raadsel, zoveel dichterbij komt ?  Of zijn zij totaal ontmoedigd door dat beetje as dat daar uitgestrooid wordt ?  De grootste grollenmaker van de bureau, de grote Bonnewyn, afkomstig van een geslacht van clowns, trof dit alles het diepst. Misschien omdat hij Marcel nog 't best kende...of omdat hij net als Marcel ook zo dicht voor zijn pensioen stond. Net als de oude Roger Delfosse, een streekgenoot van Marcel en destijds een hevige anti-rexist, die we vorig jaar begraven hadden.

            Maar nu hetgeen ik in alle ernst zo lang onderdrukt heb, dat ik het bijna  weggecijferd kreeg.   Als zuiver traditioneel materialist durfde ik het gevoel dat ik in de oase-cafetaria kreeg precies niet beschrijven destijds. Je komt in die cafetaria terecht om er op de as te wachten. Heerlijke muziek.  Ik dacht, alleen aan m’n tafeltje, sterk aan het moment waarop ik mijn roos in een waterdicht kubusje water op het fluweel op de kist had gelegd, intens bezig met het heengaan van Marcel. Ineens, voelde ik een soort magnetisme via mijn voeten omhoogtrekken, precies alsof je twee magneten op afstand van mekaar afhoudt(of zoals in de kindertijd dat spel om een naald op een stoel te laten voortbewegen met een magneet onder de stoel).

Die magnetische 'doortocht' ging vrij vlug...een dertigtal seconden.  Toen dat 'doortrekken' ter hoogte van mijn hart was, dacht ik ,'krijg ik nu een hartaanval' of wat ? Ik was even ongerust en zette mijn glas neer. Nee, er zat geen bier in. Enkele seconden van die lange halve minuut dacht ik toen dat ik me best ergens zou aan vasthouden.  Uiteindelijk toen die 'ervaring' in mijn hoofd kwam werd het een soort 'helder zichtbaar beeld' zonder woorden...een beeld van een soort lichtgevende piramide, het kan ook een kegel geweest zijn...in ieder geval iets dat van beneden kwam en slechts zichtbaar was op het moment dat het me letterlijk in mijn hoofd 'ontsnapte'. 

Een beetje zoals van die science-fiction- tuigen die vanonder op tv in beeld komen en dan de ruimte in suizen...ja vooral dat blijft me bij...ik probeerde het aanvankelijk te begrijpen in de zin van dat Marcel ...of wie anders, in wezenlijk geconcentreerde vorm met al z'n ervaringen in een nieuwe outfit  'passeerde'.  Na de uitstrooiing liet Elza m'n hand gedurende twee minuten niet los.  "C'est comme on a tué moi –même”, zei ze.              Van toen af ben ik me voor zulke zaken gaan interesseren en ik probeer me zoveel mogelijk op het wetenschappelijke en bewijsbare te oriënteren. .  Een tijd erna veranderde heel mijn leven, een scheiding, plotse interesse voor boeken rond psychologie,...een andere stad om in te werken, boeken over de kracht van positief denken…ik probeerde zin van onzin van alle mogelijke ervaringen rond esoterische zaken te achterhalen, het kaf van het koren van de New Age-literatuur te onderscheiden. Uiteindelijk besefte ik dat het allemaal veel simpelder in mekaar zit dan veel uitleg die eraan gegeven wordt.

“Ja Kunnan ?  Je maakt me benieuwd”.

Octo  (aflevering 3,  wordt vervolgd)

De commentaren zijn gesloten.