Herberg 't Heelal(Romanblog aflev.2)

Herberg het heelal LachenDSCN0685

De herberg van cafébaas Ober lag in de wijken rond de Zavel, navel van zowat alles wat er in het leven te ‘krijgen’ was . Midden deze buurt had je voor elk wat wils.  Eten, drinken, kopen , ter kerke of naar de eigenlijk trieste, maar plezierige meisjes gaan, noem maar op.  Mensen wonen er, kwamen er naar hun werk, zochten er naar cultuurbeleving of naar een plekje groen.  Van achter de venster waar ik nu schrijf, heb ik een panoramisch overzicht op een deel van dat alles wat ik zopas even beschreef.  De eerste sneeuw van november is vannacht gevallen en het al winters aandoende herfstlicht tovert zijn lichtshow voor de gegadigden die het willen zien, dwars op de natte, reeds bladerloze takken van de bomen.  Op de scheurkalender stond een weerspreuk over Sint Cecilia, want het was haar dag en het weer op die dag zou tekenend zijn voor de rest van de winter…dat beloofd met die sneeuw van vandaag.  We zullen het zeker weer overleven.  Als microscopische organismen, in  de donkerte hoekjes van de oceaan, op tienduizend meter onder het oppervlak,  dat kunnen,  dan wij ook wel zeker.  Ik vraag me af of dat alleen in de buurt van die warmwaterbronnen aldaar is.  Zal ik eens even moeten googelen…wie weet zijn ook wij daar als ééncelligen begonnen.  Dat zou meteen verklaren waarom schrijvers en niet-schrijvers nog altijd alle dagen op zoek zijn naar het meer dan ‘oppervlakkige’ in het leven.

         Ook diegenen die niet zo bezig zijn met hoe de wereld in mekaar steekt en wat er nu eindelijk de zinnen van zijn, weten van zichzelf nog niet dat het ook zoekers zijn.  Dat merkte ik gisteren nog aan de toog van Ober, een rijzige man met beminnelijke glimlach, die als geen ander de kunst van het luisteren en zwijgen, vooral zwijgen verstaat.  Al gauw merkte ik dat hij naar zijn klanten toe, of moet ik vrienden schrijven, over een delicaat invoelingsvermogen beschikte.  Hij kon ook gerust iedereen maar wat laten tateren of praten terwijl hij naar een, aan de algemene stemming van eenieder, of de individuele behoefte van een bepaald iemand, aangepast, muziekstuk zocht. Zijn herberg ’t Heelal, was een plekje in ’t andere heelal, waar ongeacht huidskleur of overtuiging , jong en oud, kunstminnend of sportief of wat dan ook, op regelmatige basis bijeenkwam. 

Een paar jaar terug  voordat ik er een kamer huurde, had ik het Heelal ook al wel bezocht en het was me opgevallen dat het niet alleen een café, maar ook een soort mini cultureel centrum was.  Aan de affiches en info in ’t lange café, kon je opmaken dat er zowel filmavonden, poëzienachten als optredens van een speciaal publiek van muziekkenners doorgingen.  Regelmatig hing er ook ander artistiek werk aan de muren van het Heelal.  Het heelal zelf had zijn sterren en planeten en stelsels, café het Heelal zijn mensen en hun banen rond mekaar.  Het was niet zo’n café waar iedereen zo maar een beetje voor zichzelf zat uit te staren in functie van een zielsloze economische activiteit.  In zichzelf gekeerden bleken er even op hun gemak als de meer extroverten, even boeiend ook.  Hier geen gokautomaten of dartstoestanden, maar hier en daar een boekje met plaatselijke of meer verwijderde gedichten en een hoekje met wat literatuur. 

Al kreeg het Heelal geen subsidies, het dreef op de geestdrift van eenieder die er al eens ter vervanging achter de tapkast stond of eenieder die zich vrijwillig achter één of ander initiatief zette.  Van de morgen was het Otto Rongo, medehuurder van het Heelal, die tapte.  Hij had de lange haren van iemand uit de jaren zestig, vorige eeuw en de soms stuurse blik van een indiaan die enkele eeuwen terug bezorgd over de prairie keek; toen hij de eerste blanken toekomen zag.  Otto en Ober kon je in ’t stad op hun stalen ros tegenkomen, de ene richting dagshift, de andere richting avondploeg.  Beide humoristische en alternatief ingestelde mensen met een heel grote dosis relativeringsvermogen.

De avond van deze zaterdag de 22ste november valt inmiddels aan de vooravond van de late namiddag over ’t stad.  Ik surf even naar een paar linken op mijn blog en kom bij http://www.mo.be   uit, wereldnieuws vanuit een zo min mogelijk onbevooroordeelde hoek, die net zoals ’t café alhier op veel persoonlijke inzet drijft.  Onderaan links klikken op wie ze zijn. Opbeurende instellingen.  Heeft een mens wel nodig van tijd tot tijd. Om doorheen zo’n dingen te komen als dewelke ik vanmorgen in de Morgen las.  Onze langst dienende parlementariër Herman De Croo wil het gevangeniswezen privatiseren dus, ’t is hem allemaal te duur, er is geen geld meer voor (er zou geen geld meer voor zijn), die cipiers staken altijd enz… .  Mijnheer Cromagnon, wil meer van die enkelbanden die stalkende ex-en van hun ex-partners moeten weghouden enzoverder…als het maar opbrengt voor het soort van mensen die dit jaar miljarden aan geld in rook doen opgaan hebben op de beurs.  Maar er komt verandering, merk ik aan de meningsverschillen tussen liberalen en neoliberalen, aan de bezonnener reacties ook op de politieke forums op het net, waar er al minder gescheld wordt en al eens meer nagedacht.  Misschien kan ik als illustratie vandaag een spotprent à la Zak in de Morgen proberen, of toch maar een foto ?  Zal wel zien en jij nu tien minuten eerder zag je het ook.

De commentaren zijn gesloten.