Kabaret:'eeuwig oud en jong.'

 

Goeiendag.

Ik weet het, 't is een simpel woord om mee te beginnen. Maar miljarden jaren geleden zou ik dat niet zo gezegd hebben. Toen al zat ik net als jullie, nog verspreid in alle mogelijke soorten atomen, die, net als jullie, door de kosmos vlogen.

Toen duwden we mekaar af en toe eens wat opzij om al eens wat plaats te hebben. We zaten in één of andere molecule, zo hard als steen, zo mals als modder, zo helder als licht of zo zacht als water. Als ik toen iets wou zeggen, dan scheen ik gewoon of dan viel ik gewoon uit de lucht...ik kan dat trouwens nog goed, dat laatste...dat zal een door de eeuwen heen aangeleerde overlevingstechniek zijn. In feite zit ik en ben ik ook nog mineraal, water, licht, golf, enz...zijn wij nog allemaal dat en alles wat zich daaruit ontwikkeld heeft ...tot en met wie we nu zijn.

 

Nee maar, in die atomen, dat was daar een gedoe rond mijn atoomkernen. Mijn MIN-geladen elektronen vlogen den helen dag rond mijne kop, rond mijne PLUSMINUS evenwichtig geladen kern dus. Den helen dag waren ze me aan 't provoceren, zo uitdagend, zo precies niet kunnen verdragen dat ge kalm in uw onverschillig evenwicht blijft. Dat ging altijd maar van alé, bougeert ne keer, laat ons iets doen, laat ons uitbreiden of zo.

Op den duur was ik als atoomkern wel verplicht van te handelen. In ons taal betekent dat 'uw NEUTRON-evenwicht' verbreken en met uw PLUSPROTON-lading ingaan op wat er in uw eigen en andere stoffen aan MINNETJES te vinden is. Het lijkt wel 'sexen' voor het uitgevonden was.

Maar op nen dag, door al dat over en weer geduw en getrek en gebots en veel vergaderingen om nu eens uit te maken wat we daar allemaal mee van zin waren, met al die nieuw kombinaties van molekulen die we deden ontstaan...opeens wisten een deel van ons het wel zeker. WE BOUWEN EEN CEL.

In feite is het niet echt zo gegaan, want ineens 'waren we met z'n allen gewoon' 'cel'...ons moeder Chemieke en onze pa Fysicaa hadden een Biologieke gemaakt, ge moet het maar doen.

Dat was allemaal goed en wel, maar we hadden we een serieus probleem. We mochten we zoveel cellen maken als we wilden, ze stierven allemaal te vlug zonder zich op eigen kracht kunnen te vermeerderen.

Maar die cellen waren geen stommerikken...ah nee, heel de natuur, wij dus, ...hadden het beste van ons eigen daar ingestoken...gij zat daar trouwens ook al in. Zo kwamen we op een dag erachter dat we moesten 'delen' om kunnen blijven voort te bestaan...en zo werd de solidariteit geboren. We moesten ons eigen 'delen' om ons kunnen voort te planten. Hoe we daar achter kwamen ? Wel, het stuk 'modder' ,modder, zoals 'mother' in 't Engels dat achterbleef als we als cellen stierven, daar ontsnapte ook de licht en de lucht uit. Die 'licht' en die 'lucht' waren zo triestig dat ze van die cellen geen deel meer uitmaakten, dat ze zwaarder werden en op de nog levende cellen 'drukten' als het regende of stormde. Zo gingen we dank zij de intuitie van het licht en de lucht misschien toch door de knieen en leerden delen. Of misschien zaten er tussen die oerstraling nog stralingen van quantumfysicaspecialisten uit de vorige bigbangcyclus na de vorige instorting van 1 van de universums tussen.

Ge moogt natuurlijk ook geloven dat het door het bevel van God de vader of zijn broer Alah zijne bliksem kwam.

Feit is dat we weer ne stap verder raakten.

Na een tijd begon ook die toestand ons wat te vervelen; we wilden toch immers niet altijd XX -vrouwelijke materie blijven. Gelukkig dat er op een dag enen een stuk van zijn XX verloor en het voortplanten een stuk plezanter en interessanter werd dan ons eigen moeten op te splitsen...het kwam wel nog op hetzelfde neer, maar 't was eenvoudiger XY bevruchtte het XX-ei en zo ontstond hadden we er een totaal nieuwe telg in de famillie 'biologie' bij : de 'sex'. Man lief, vrouw lief, waar zijn we toen mee begonnen...ik had het miljarden jaren terug, nog zo gezegd als atoomkern van een zuiver deeltje licht , "we zijn nu op ons gemak".

Maar ja...' t was nu éénmaal toch zover gekomen...en eigenlijk was er nog niets veranderd, de minnekes maakten de mannekes hunnen kop zot om toch iets te gaan doen. Nu begon het verhaal eerst goed vaart te nemen. We werden organismen en organen in 't water, we ontpopten onszelf tot vissen, we bevolkten het land op duiznden manieren...van dino's tot mieren. Maar eigenlijk, zeg nu zelf; soms denk ik...waren we niet beter in onzen boom blijven hangen ?

Ik hoor het me nog zeggen(allé 'zeggen', 't is te zeggen we waren aan 't leren spreken) tegen dienene op die andere tak, 'jongen, hou toch uw gemak'. Dat was er zo ene,we noemden hem Meer, die was nooit kontent; hij wou altijd maar meer en meer, meer wijfkes, meer eten, meer grond...tot hem in onzen eigen troep niks van dat alles meer vond. Omdat hij zo geweldig tekeer kon gaan, hadden de meesten er schrik van en zijn ze er maar achter gaan staan toen hem de bavianen wou gaan verjagen.

En zo ging de geschiedenis maar voort. Op den duur zaten de afstammelingen van 'Meer' in streken waar het zo koud was, dat ze in holen moesten gaan wonen in plaats van tussen de takken liggen te dromen. Toen de holen bezet waren, moesten ze huizen leren bouwen en op de duur hadden ze zoveel bezittingen, dat ze het moe waren om er konstant mee rond te trekken. Omdat 'stilzitten' ook niet in hun natuur zat, begonnen ze te leren hoe ze het land konden bewerken. De 'boer' was geboren. Een kalme mens, blij één te zijn met de natuur. Wat we toen voortbrachten, aten we op en we zetten een deel opzij voor minder gunstige tijden. Iedereen deed een stukske van 't werk...en we konden op tijd eens lachen omdat we hadden leren praten en luisteren naar mekaar. Niemand had het er moeilijk mee als er al eens problemen waren, de dorpsraad zou dat wel oplossen.

Op ne keer komt daar toch wel enen af die ons kwam uitleggen dat ne zekere God, de wereld in zeven dagen geschapen had ...en wij waren daar al miljarden jaren mee bezig. Hij joeg ook sommigen schrik aan door te dreigen dat we allemaal levend in de hel zouden verbranden na ons dood...als we niet naar hem luisterden !

Een deel onder ons, trapten daar toch wel in zeker ! Wij, oude Belgen, konden onze rust voorgoed vergeten.

Het bleek namelijk, dat we niet alleen op de wereld waren...en dat er al op ander plaatsen veel meer moet gevochten zijn...dan die dorpsruzies van ons in den tijd. Er was zelfs ne slimme Romein die vondt dat wij de 'dappersten' der Galliërs waren. Sinds toen kwamen er hier veel met hun 'legers' binnenvallen, behalve de Indianen, Chinezen en zwarten ging onze eigen Staat dan weer nog later ons zelf ambeteren.

Ik heb het in den tijd als dorpsoudste nog gezegd : wapens en Meer en meer willen ten koste van anderen en die rijken die het geld en het leger en de goden en afgoden uitvonden achternalopen , daar komt niks goed van.

Maar bon, hier staan we dan uiteindelijk in ons landje dat in solidariteit bewijst dat taalgrenzen geen belang hebben...om ook nog iets positiefs te zeggen. Midden een wereld door honger en armoede en oorlog geteisterd;waar sommigen te hard moeten werken en anderen niet mogen. Als we een dag terug uiteenvallen in licht en lucht en de rest en de genetica die we achterlieten doen ademen en er ons licht op schijnen...zullen we ons nazaten er aan herinneren...pas op, zie wie jullie volgen...jullie zouden wel eens via atoomoorlogen kunnen verdwijnen...en dan moeten we weer van voren af aan beginnen...en dat zal niet makkelijk zijn. 

Benieuwd hoe die monetaire krisis gaat aflopen, de staat garandeerd ons spaargeld voor 100 000euro...ik wist niet dat die zo rijk waren...kunnen ze dat zo maar betalen ...en diegene die geen spaarboek heeft dan, krijgt niks...die altijd MEER en Meer willen hebben er een knoeiboel van gemaakt...en ze blijven hun verdeel-en heers register opentrekken met nieuwe snufjes. Sommige kranten beginnen ook de pedalen te verliezen en vergelijken zelfs al gewone sociaal-democratische leiders die meer staatsingrijpen willen met dictators uit het verleden. Een heropflakkering van de klassenstrijd die voor de deur staat ?

octo

De commentaren zijn gesloten.