geld waardeloos? Stamkroegvergadering !

’t geld waardeloos ? Vergadering in de stamkroeg !

            Laatst met de vrienden op ’t café, zijn we er eens van uitgegaan dat op een dag ‘geld’ absoluut waardeloos zou geworden zijn.  Natuurlijk er zou nog moeten gewerkt worden want er dient toch gegeten te worden.  Er werd wat afgelachen.  Stel je voor dat we allemaal de boeren wat gingen helpen…maar ja daar zou geen werk genoeg zijn want die zijn zo gemechaniseerd en bovendien zijn er maar een paar grote boeren per dorp meer overgebleven.  Bij de tuinders zou er misschien meer werk zijn.  Als we dan uiteindelijk ons voedsel in de winkels zouden halen, zouden er misschien teveel slokoppen zijn die teveel waren zomaar meenamen.  Wellicht zouden er tevelen onder ons zijn die niet hun deel van het werk wilden doen. Misschien zouden we dan toch in eeen eerste fase een vorm van niet-spekulatief wereldgeld moeten invoeren. 

            Gevraagd naar welk soort werk de aanwezigen dan wel zouden willen doen, viel op dat de meesten wel iets anders zouden doen.  We gingen ervan uit dat iedereen toegang zou hebben tot een vacaturedatabank van een aantal taken die je zou kunnen opnemen.  Vermits alle firma’s hun bestaansreden, ‘het maken van winst’ zouden verloren hebben ,zouden de werknemers er plots meer inspraak kunnen hebben.  We schreven ter plaatse een kompleet scenario voor een film waarin we de overgang naar een andere manier van produceren en samenleven zouden schetsen.

            Per soort van te produceren goederen zouden we één wereldbedrijf oprichten door alle databanken van bijvoorbeeld automakers te integreren. Er zouden natuurlijk maar een beperkt aantal auto’s meer gemaakt worden die aardolie gebruikten want die raakt toch op.  Omschakeling naar propere technologieën en openbaar vervoer zou hoog op onze verlanglijst staan.  Alleen de wapen-en munitiefabrieken zouden we niet meer opstarten en we zouden ze omschakelen naar de produktie van echt nuttige dingen.  Legers zouden voortaan ingezet worden om dijken te verhogen en om aan uitzonderlijke toestanden als aardbevingen en zo het hoofd te bieden…ipv ergens bommen gaan te droppen.  De bevolkingen van armoedige gebieden zouden voor het eerst in hun geschiedenis op dezelfde manier als in ‘t ‘Westen’ worden vergoed, waardoor ook hun boeren veel meer voedsel verbouwen konden.

            We kwamen ook overeen dat we voor de prijsberekening een systeem op poten konden zetten waarbij iedereen een bepaald loon kreeg om op een ecologisch verantwoorde manier een menswaardig leven mee te leiden.  Dit loon zou op een individuele rekening worden gestort en in verhouding staan met de totale kostprijs van alle geproduceerde goederen.  Bij wijze van voorbeeld neem nu dat er zes miljard mensen zijn en dat een internetaansluiting voor elke wooneenheid  pakweg zes miljard ‘euro’(laat ons nemen) kost, dan is die zes miljard euro zoveel maal een veelvoud van één wereldwijde werknemer in de telecommunicatiesektor als er wereldwijd werknemers in die sektor zijn.  De kostprijs van onze ‘telefoonrekening’ zou onder de vorm van een abonnementensysteem automatisch van onze rekening afgehaald worden, een systeem dat we bij het openbaar vervoer ook zouden toepassen.  Energiekosten zouden ook zo kunnen worden berekend, maar dan met een individuele meerprijs voor hen die heel veel water, gas,mazout, zonneënergie, fusieënergie…zouden gebruiken.  Vermits er toch geen eigenaars van oliefirma’s en dergelijke meer zouden bestaan zouden we ons geen zorgen meer moeten maken over de prijs van de grondstoffen zelf en zou alleen het werk om hen te ontginnen moeten meeverrekend worden.

            Diegenen onder ons die een huis huurden waren natuurlijk tevreden want indien de verhuurder geen kinderen had aan wie hij een woonst kon wegschenken mocht de huurder er gratis blijven inwonen daar de waarde van het huis in het oude geld ‘nihil’ was.  Ook de bouwvakker onder ons  was tevreden, daar hij door het feit dat bouwleningen, vlak voor de finale crash van het oude geld bijna niet meer te krijgen waren bijna geen werk meer had.

            We kwamen ook overeen om plaatselijke gemeenteraadsverkiezingen te houden over wie per gemeente de leiding kreeg over de ‘samenlevingsbeheer’-departementen : onderwijs, cultuur,sport, pers, gezondheid, bankwezen , sociale zekerheid,notariaat en politie (de enige nog overgebleven bewapende dienst) en om dat allemaal te coördineren een soort burgemeester. Om die nationaal en internationaal te laten samenwerken zouden we internationale verkiezingen via het internet houden om ons programma goed te laten keuren.  Nadien zou er via die gemeenteraadsverkiezingen per projekt (onderwijs, cultuur, bankwezen…)een provincieraad, een nationale raad, een continentale raad en een wereldraad per projekt gevormd worden. Partijlijsten zouden we door projektlijsten vervangen daar de meeste partijen toch maar met het uiteenvallen van het land bezig geweest waren in plaats van naar een wereld als eenheid toe te werken.

Voor het beheer in de grote bedrijven zelf, zouden we één(geen twee) sociale raden kiezen, zodanig dat elke afdeling van het bedrijf erin vertegenwoordigd was (van ingenieurs tot mechaniekers).  De oprichters van kleine middelgrote en zelfstandige bedrijven en de boerenbedrijven  zouden net als de hardst werkende werknemers in alle bedrijven een vooraf in de kostprijs der goederen verrekende bonus krijgen.  En terwijl we daar toch zo goed bezig waren, besloten we dan maar van de pensioenen van zelfstandigen en werknemers gelijk te schakelen en naar het niveau van een gemiddeld loon op te waarderen.  “Wie gaat al die kosten van de ‘samenlevingsdepartementen’ dan allemaal betalen”, riep er daar opeens iemand.  We hebben er een beetje over gebakkeleid en besloten,  vermits geld voortaan als een administratief en niet-spekulatief iets gebruikt werd, dat we de werknemers in die openbare sektoren in één moeite met het schrappen van àlle belastingen ook een met de andere lonen evenredig loon konden geven.  De meesten onder ons hadden er aanvankelijk geen moeite mee dat een dokter of ingenieur of een advokaat iets meer dan de rest zouden verdienen, en later op de avond was iedereen akkoord om ook de studenten een gemiddeld loon uit te betalen. 

            Iemand vroeg zich ook nog af of hij niet voor pastoor zou kunnen fungeren met het slinkend aantal roepingen, we hebben hem daarvoor dus naar het Vatikaan verwezen.  Een andere gaf zich op als relatiebemiddellaar, zich bogend op zijn rijke staat aan ervaringen en de wijsheid die hij inmiddels had bereikd.  Over de valabiliteit van de diploma’s in die sektor was er even een hevige discussie, maar we geraakten er wel uit daar in ’t café ‘den Halven Orval’.  Op ’t eind leek het leven ons veel meer genietbaar, minder stresserend, kwalitatief meer tijd biedend om ons niet alleen met het produktieproces maar vooral met cultuur en opvoeding gaan bezig te houden.  ‘Zou het dan toch kunnen’, zo vroegen we ons af ,’dat de zin van de geschiedenis was van op een meer verfijnde en minder absurde manier met mekaar om te gaan’ ?  Personeelsadministraties zouden voortaan veel makkelijker kunnen aan de slag gaan, met veel minder oeverloze wetgevingen. Zinvol werk zou zeker aan een opmars beginnen nu iedereen minder marktgebonden werk zoeken kon.  Meer sociale gelijkheid zou zeker ook minder misdaad betekenen.  Het vak filosofie kreeg eindelijk ook zijn plaats in het basisonderwijs.  Door op een andere manier met mekaar en de maatschappij om te gaan, zo besloot de scenarist van de film die we over dat ales gingen maken, zou er meer ruimte vrijkomen om onze emotionele wrijvingen op te lossen.  ‘En’…voegde de cafébaas eraan toe…’tijd is beweging’.                                                                               Octo

De commentaren zijn gesloten.