m'n theatermonoloog, een ode aan de mens

 ter motivatie van alle mensen van goede wil

            Geachte Medemaatschappijër.

            Het stuk ‘Kiezen voor Mensela’ (Mensela = gemeenschappelijke verblijfplaats, aarde) is een ietwat filosofisch sociaal bewogen werk met zeer ruime inhoud.

Een theatermonoloog die gaat over de onmacht van het individu tengenover oorlog , honger, armoede, vervuiling, krisis en andere soorten van onderontwikkeling…zoals stress, werkeloosheid, commerciekultuur, platte journalistiek…de monoloog mondt uit in een poëtisch-pamfletaire zoektocht naar de mens en zijn innerlijke en intermenselijke relaties.  Kan ons subjektieve zijn onze objektieve bestaansvoorwaarden beinvloeden ?

Het gaat hier om kunst uit het echte leven gegrepen.

            inleiding

Inzicht verkrijgen in dat grote toneelstuk waar we tenslotte toch allemaal tegelijk in spelen, zo’n inzicht betekent intens gaan beginnen nadenken over hoe we ons, misschien tot het praktische, alledaagse beperkte bewustzijn uit kunnen bouwen.  Als je op zoek gaat naar de werkelijkheid, tracht dan binnen de werkeljkheid te blijven, zonder erdoor ontmoedigd te geraken.

            ‘Inzicht verkrijgen in’…is de belangrijkste voorwaarde  om vanuit jezelf aan een samenleving op ontwikkelder niveau kunnen mee te werken.  Een samenleving die zich organisatorisch aan de noden van de gehele wereldbevolking aanpast.

            Dat betekent dat je je eigen tegen allerhande vooroordelen begint te wapenen.  Met als drijfveer van te willen bewijzen dat het willen weten en de in objektieve journalistiek vertaalde waarheid het uiteindelijk op de ongebreidelde bezitsdrang der machtswellustelingen zullen halen.

            Geeft de taal en ons denkvermogen ons niet de mogelijkheid om met behulp van een aantal wetenschappen de geschiedenis van alles en nog wat als één onafscheidelijk deel te analyseren ?  We gebruiken onze ogen volledig om te zien, waarom zouden wij onze taal maar half gebruiken ?

             ‘Hoop’ is  een levensnoodzakelijk iets, maar het kan niet zonder geloof…geloof in datgene wat je gaan hopen bent.

Je moet goed weten op welke bedoelingen en machtsverhoudingen jouw geloof en hoop gebouwd zijn…dat wisten onder andere de nazistemmers niet…en ook nu nog neemt men de mensen bij de neus.

Of het nu om hoop in een mens, hoop op een systeem of hoop in een idee gaat (hoop op rechtvaardigheid, solidariteit of in welk een kracht dan ook)…hoop is belangrijk.   Hoop is ‘uitzicht’ hebben op…omdat je erin gelooft.  Zonder geloof kan je niet hopen, leerde men ons ; da’s wel juist , maar het blijft gevaarlijk om je op halve waarheden of op dingen die buiten de werkelijkheid staan te orienteren

            Al diegenen die ons voorafgingen zochten naar antwoorden nog voor de kultuur hen die gaf en misschien kon het oudste deel onder hen op een benijdenswaardige manier tevreden zijn met wat de natuur hen bood.   Eén ding is zeker : wat zij ons ooit eens ononderbroken doorgaven, dat is wat wij nu biologisch zijn.  Als onze geest louter materieel te verklaren is, dan is ook hun geest in een welbepaalde, stoffelijke, genetische betekenis…niet dood…en proberen zij ons nog altijd die eenvoud van het natuurlijke en lichamelijke aan te leren. De spiritualiteit lijkt een energievorm te zijn die aan de materie gebonden is, lijkt soms alleen in het NU mogelijk en soms lijkt het erop dat wij na dit leven verhuizen naar de krachtvelden van al die abstrakte deugden die wij in ‘t leven soms ter versterking aanroepen, zonder ons aan woorden zoals ‘God’ of ‘tijd’ te laten vangen.   Het biologische en spirituele…zijn één met ‘t verleden ;reizend door ruimte en  tijd .

            De rest van ons, onze leefwereld, onze gewoonten , onze kultuur, hetgeen ik hier nu zeg, hebben we natuurlijk ook voor een stuk van hen ,…maar vooral dat kunnen wij van karakter doen veranderen.  Door lezen, studeren, bespreken, organiseren, alternatieven voorop te zetten, te weigeren, te strijden…enzomeer.

           Echter… is het nadenken over ‘oorsprong&worden’ misschien zo zwaar dat we gelukkiglijk achter andere bezigheden, idealen of gewoontes wegvluchten kunnen  ?

De materie verwekte het leven,  wij verwekten ‘god’ en wij weten als eersten dat ‘leven’ kan ontstaan door het te wensen.

Deze magie kent misschien geen grenzen, maar laat ons realistisch blijven.  Godgelovigen zeggen dat de schepping , het wensen dus, voor de feiten kwam.  Aan de andere kant van de gedachtenlijn staan de materialisten, niet in de dagdagelijkse, maar in de filosofische betekenis.  Materialisten, niet in de zin van ‘alleen eten en drinken en vogelen’, niet in de zin van ‘het kan niet op’ of ‘om ter meest en nooit genoeg’ of ‘alles voor mij en niks voor een ander’ niet in de zin van ‘nooit kontent’.

Dat zijn verwrongen betekenissen die ,in het andere, van het wensidee vertrekkende kamp, als geestelijke verweerwapens bedoeld waren…en zijn.  Materialisten zien meetbare krachten als oorsprong van hun zijn.  Bij hen is de volgorde gewoon omgekeerd : één materie, twee idee (de hersenen als produkt van evolutie, de hersenen als hoogst ontwikkelde materie, …of toch niet ?  Wordt soms onze geest geboren als onze ziel ‘heengaat’…?Daar zullen we het later nog wel over hebben.  Letterlijk en figuurlijk dan.  We kunnen alleen eigenlijk vaststellen dat ‘zijn’ ‘zijn’ is, aan bijna altijd meetbare krachten gebonden, maar…Hoe meet je gevoelens…en vanwaar komen je symbolische dromen ?  Laat toch maar wat mysterie over zal je zeggen.Fysische en chemische wetten hadden hun eigen scenarioschrijver : de drang tot overleven, de aantrekking en afstoting.

            Laat al die filosofische dingen ons niet scheiden.

Interessanter dan het zich innerlijk en onderling over die tegenstellingen het hoofd breken is…ontdekken dat de geschiedenis niet in de eerste plaats bepaald wordt door de stimulansen van zij die erover nadenken,  dan wel door de omstandigheden waarin men leeft.

            Vrienden, kameraden, broeders en zusters, desnoods landgenoten ; de mens ; hoe belangrijk en allesbepalend hij zich ook vindt, denkt nog veel te weinig als groep of groter geheel. Als je de dingen objektief en sociaal bekijkt, zonder overal je persoonlijke vooroordelen op bepaalde personen, instellingen en hun daden direkt in een ‘goed’ of ‘slecht’-kwotering om te gieten ;

Als je achter alles een ‘juiste’ of ‘in die of die omstandigheden tot mislukking gedoemde ‘ontwikkeling naar…’ leert herkennen ; dan ben je op  weg om te kunnen beginnen begrijpen dat de groei van het individuele aan de uitbreiding en verfijning van het kollektieve vastzit…en omgekeerd.

            Hoe hoger de ontwikkelingsgraad en de kwaliteit van het kollektieve, des te groter de individuele koek en de individuele mogelijkheden.  Wanneer bijvoorbeeld meer mensen het belang van een goed draaiende werkersbeweging en de kracht van solidariteit zouden begrijpen, dan zou heel veel mogelijk worden.

Heel veel van wat nu onmogelijk lijkt.

            Te weinigen vragen zich af hoe het komt dat ze zonder werk zitten of waarom er zijn die kreveren en anderen die hun boterbergen of wijnplassen moeten vernietigen…of waarom dat d’enen de wapens maken om er d’anderen weer mee kapot te kunnen laten maken…enz.

            Ze vragen het hun te weinig af, het wordt hen wel eens gezegd, maar het blijft niet bij omdat het allemaal misschien te geleerd klinkt, en vooral omdat het nergens in een groter geheel lijkt te passen.  Aan de basis weet men goed genoeg, ieder in z’n eigen dat men een ander geen werk of geen brood ontgunt.

           En de meesten onder ons zijn milieubewust.

Maar dat dingen zoals werkeloosheid, honger, oorlog en milieuverloedering niet alleen met goeie wil, maar met onaangepaste, voorbijgestreefde strukturen en winsthonger te maken hebben…ne keer da je da weet…wat begin je er dan tegen ?  Er is schijnbaar geen tegenmacht aanwezig om die dingen positief te beinvloeden.  En daarom praten we weer eens over ‘t weer…wat natuurlijk ook belangrijk is ; want de zon, het licht…zijn zo belangrijk voor de mens als de manier waarop en door wie de samenlevingen georganiseerd worden voor ons gezamenlijk welzijn van belang is. Niet ?

            Waar hield men ons totnogtoe mee bezig ? Wat zouden wij ons moeten bekommeren om het eten met gouden rijstlepels, als je weet dat er hier bij ons voedsel tekort is en produktiekapaciteit vernietigd wordt.  Moeten wij onze kinderen er op wijzen dat hen een eeuwige straf te wachten staat als ze de paus van Rome niet volgen…of moeten we hen er niet eerder op wijzen dat ze het leven voor hun nageslacht leefbaar moeten houden ?  Wat heeft er nu voorrang : de toenadering , het vertrouwen en de organisatie tussen hen die werken of werkeloos zijn bevorderen en weer iets gezamenlijks in de stadsstraten doen ontstaan…of tegen mekaar blijven propageren dat je er toch niets kunt aan doen ?

Dat is je blindstaren op de problemen zonder naar de mogelijkheden te zien.   Ik vraag het nog eens : wat heeft voorrang :met welk water men mag dopen of water brengen daar waar er geen is ?  Ne pastoor heeft iets gemeen met nen arbeider de dag van vandaag :  het merendeel van de arbeiders heeft ook ‘anonieme’ bazen.  Daarom misschien even deze kleine

Kritische ode aan het bijbelboek :

Jullie allen, atheisten, theisten of weet ik veel :

Alle tisten stopt het twisten, wordt liever artiesten .

Want wie heeft er nu gelijk over en baat bij het uur of het wie of wat van ontstaan en vergaan …en bij het zeker weten dat het

vergaan ook hoort bij ‘t bestaan en verder gaan …met de oude bagage die verslijt , maar indien je gedijt zal je worden verblijdt

            Aan god gehechten en zij die zonder zo’n idee of gevoel op hun manier ook gelovig kunnen zijn : zoek naar een bruikbare rede ; want het eeuwige is er voorlopig toch al ; het sluimert in ons allen

            Godsgelovenden denken uitverkoren te zijn.

Hoeveel onder hen en hoeveel anderen weten dat alles in één beweging samenvloeit, doorvloeit, niet hoeft dood te bloeden ?

Hoeveel weten er dat het hersenlijke en het geestelijke vaak intenser dan voelen smaakt ?

            Er was, er is, er zou genoeg kunnen zijn.

Ekonomisch sterken wilden, willen, zullen alltijd meer willen.

Er was, er is er zal altijd het tot zichzelf beperkte bewustzijn van eigen vergankelijkheid blijven.  Moeten wij daarom blijven werken als mieren, zonder ons ook daarin te verdiepen ?

            Wie leidt de strijdt om ‘t bezit van geld, van grootgrond, van werk, van voeding en oorlogstuigen ?

De sterken, de bezittenden dringen zich ‘t makkelijkst op.  D’ afhankelijken organiseren is moeilijker.

Zij moeten blijven kiezen voor mekaar.  Want zelfs de minst beklagenswaardige onder hen die ‘t uiterlijk goed maken, is slachtoffer van de strijd om de sterkste winstsystemen. 

            Hebzucht en doodsbesef baarden doodslag binnen d’eigen soort…daarom mochten zij van die boom niet eten…omdat kennis zich makkelijk door lepe ‘ik-zucht’ manipuleren laat.

       Ondertussen werken d’afhankelijken aan het kollektieve bewuste…van vredesmensen over antirascisten en antifascisten,ecologisten, verdeelde linksen tot en met de mensen van het artsen zonder grenzen oplapwerk en vele anderen allemaal in hun vakjes zonder gezamenlijk programma.

Misschien is er achter het kollektieve bewuste wel niks meer…of denk je dat het idee en het gevoel los van de stof bestaan ?

            De waanzin van angsten, moorden, de tegenstelling tussen eindig door gulzig opslorpen en oneindig doorgeven .

Het afstotelijke van het hebben van teveel ten koste van een ander…los je niet alleen op door te geven, maar door te sleutelen aan  de grote bezitsstrukturen.

De aangeleerde schaamte voor naaktheid van lijf en echte feiten.  De drang om je misschien van kleinsafaan te vaak met de vinger gewezen initiatief dan maar voor altijd op te bergen.

Het lichtzinnige van het geloof in een gemakkelijkere antimaterie…daar waar sommigen hun beurt niet voor afwachten     ...om er te geraken…terwijl ze er in feite al zijn.

Weten ze dan niet dat het allemaal zeker ‘hier’ te doen is ?

Wie zal hen altijd andere dingen blijven voorhouden ?

De mens, die naar de wortels van de boom der kennis groef, werd als Mozes of één van de honderden andere schrijvende zoekers.  Darwin’s Adam’s en Eva’s, voorwaardelijk onsterfelijk……leven nog altijd…smullen hun beperkte oneindigheid te verstrooid op…staan niet stil, denken weinig samen ;  nemen niet in acht…de macht van het samen handelen…om op termijn alleen het waardevolle over te houden.…mekaar waarden doorgeven helpt het kollektieve vooruit.

Het dreigen met hen uit wat hun paradijs zou kunnen zijn, te jagen, helpt nu niet meer…het dreigen met totale vernietiging is de werkelijkheid.  Herhaaldelijk bedriegelijke beterschap beloven, herhaaldelijk slaan, doen beven, doen ondergaan, de zogezegde minsten domhouden…dat kan nooit ten bate van het totale gaan…altijd die commerciele ontspanning, OK, maar niet als nieuwe opium voor het volk.  Al beloofde Hij, door dreigers uitgevonden de aarde nooit meer te verwoesten, de kans zit er in ‘t punt nu…eerst voor ‘t eerst dik in.

Men bouwde een stad, een toren, uiterlijke tekenen om zich gemeenschappelijk te voelen, je kan d’er haast niet buiten.      Het onzichtbare hoofdpersonage der oude bijbelse drijversdreigers, brachten in het oude boek de spraak in verwarring.  Dreigers willen verwarring onder hun onderdanen.  Jammer dat soms, dat bijna altijd, alleen af en toe dreigen helpt.

D’uitstraling van de zich orienterende onderdrukten en hun naar onbaatzuchtigheid strevende helpers’ voorbeeldige kracht, werkend aan een nieuwe aanpak, aan een wereldtaal ; maar wat ben je met een taal in steden en dorpen samen…maar toch gescheiden van elkaar ?  Hoe minder misverstanden, hoe minder systemen, hoe minder tegenstrijdige schijnbelangen.

 Talen hoeven niet te verdwijnen als je met één taal tussen alle mensen werken kan : de taal van  samen plannen en bespreken, de taal van eerlijk verdelen.

Uit het werk van miljoenen slaven die gehoorzaamden aan honderdduizenden dienaren, die aan duizenden bazenknechten en honderden bazen en tientallen heersers klitten ; groeide het positieve inzicht der eenvoudigsten.  Eerst als er teveel druppels overgelopen zijn en de vonk ontvlamt zal de bezitsvraag vanuit de al of niet rijpe of georganiseerde basis worden gesteld.    

Als de interakties tussen een stresserende ekonomie en sociale inspiratie botsen en als hier en daar , ook ginder en altijd wel ergens persoonlijke vrijheid en durf in kollektieve akties worden omgezet…is geen bezit op termijn zo groot dat het uitbuit.   

Als bevolkingsexplosie niet als een rascistisch argument, maar als iets kontroleerbaars blijkt.

Als uitroeiing om het verschil in bezit en stand en oorlogen om dat allemaal te laten voortduren, overbodig zullen zijn.

Als werk een recht zal zijn.

Als bezit alleeen op klank , kleur , geur , je huis en toebehoren en kleine ondernemingen toepasselijk wordt.

Pas dan zal alle tot dan toe gebruikte sociale inspiratie zijn bekroning hebben gevonden.

Kinderen bevoordelen ten opzichte van anderen, komt het dreigen en scheuren tegoed…heeft de arme jeugd geen recht op eten en weten ?  In de oudste, ‘goedbedoelde’ dreigersroman is rijk zijn een in huwelijksaanzoeken gebruikte zegen.

In de nieuwe, nog beter bedoelde testamenten, die al wat minder drakonisch dreigen…is rijk zijn eerder een handikap.

De goedgepraatte bezitsdrang der OudTestamentische dwazen, zou zelfs menig twintigsteeeuwse ZuidVietnamees verbazen.  Palestijnen en Joden, destijds kinderen van hetzelfde moederlijf, de enen minder machtig, de oudste die de jongste dient, stop met mekaar te willen verscheuren in naam van de eigen elite of de eigen godsdienst of de eigen nationaliteit…mensen hebben geen nationaliteit en zijn zelf hun tempel wel.  Autonomie begint tussen de werkers aller landen, tussen de buitenmensen of zij die graag tussen dichte bouwsels verblijven, tussen hen die een  menselijke rechtvaardigheid willen.   

 Schrijvers met een kollektief verantwoordelijkheidsaanvoelen beschreven het voortdurend lessen trekken.  De armere wereld verloor zijn rechten aan de nog altijd door dreigers bij hun en hier geleide wereld.

De dag dat die wereld tot macht komt, schudt die wereld het hen door hun en onze superklasse bezorgde wereldjuk van z’n nek…aktieve solidariteit zal het dan ook hier van uitbuiting en gemakzucht moeten winnen.  Het is wel een mooi leven, maar daarom nog geen mooie wereld…en daar zullen we waat aan doen. We zijn er in feite al eeuwenlang mee bezig.

Het kan nog een hele poos duren, maar afgeraken zal het werk dat zich nu al zolang zonder veel volkstoezicht voltrekt.

Steeds vertrekkend vanuit een nieuw stadium, steeds tegen het valse vragen in :  je bent welkom in alle ploegen die die tijd aan ‘t voorbereiden zijn.

De door de eeuwen heen doorgegeven vormen van waan allerhande, nestelen zich nog altijd op de achtergrond van onze dagelijkse ervaringen met anderen.  Een waanidee, een ‘’t is zo en ‘t zal nooit veranderen’gedrag, is zo sterk dat eenmaal het zich in gewoonten ingenesteld heeft, het nog moeilijk aflegbaar is.

‘Het geslacht op aarde behouden…een grootschalige kollektieve bedoening in het oude deel der verzamelde verhalen, aanvankelijk een nationalistisch iets…de individuele tips en de internationale aanzetten zaten tussen de belevenissen en de woorden van vier evangelisten die veel van ene Jezus wisten.

Zij die met het godsidee blijven vechten, en zich een onlichamelijke geest willen toemeten, zijn verstrooid en verdeeld geraakt, ook al heersen ze nog over deze wereld.

Zij die met de rationaliteit vochten en vechten ook.

In allerhande kleuren hun onderverdelingen hebben zij alleen interesse voor het gelijk van de groepen geaardheden die hen steunen.  Rationaliteit is er om soepel te beheersen, niet om te tiraniseren of te verdelen.  Verdelen ? 

Aan de ene kant in  uitbuiters van het individualisme, en in veel kleuren, roze en rode en rodere of groene methoden om de individualiteit in het gezamenlijke te integreren.Verdeeld raken tussen tafels , stoelen , pennen , theorie zonder naar de mensen uit de praktijk te luisteren.

Eender waar systemen en mensen die belangrijke sleutels tot geluk belemmeren, moeten er ook mensen opstaan die die blokkages aanklagen en die mensen met woorden in een greep durven nemen…daar waar die mensen als pionnen de vrijheid van anderen verwateren doen.

Wat is men met een overvloed van intellekt, als het gebruikt wordt om nieuwe elites te vormen ?

Wat is de zin van handelen in onleefbare steden en gebombardeerde dorpen ?

Weg met lompheid, bruut verbaal en ander geweld, met lauwe flauwe kul, weg met op leugens gebaseerde fopspenen.

Wanneer het tij zal keren en het sterkste volk het zwakste niet meer onderdrukken zal, wanneer de slaven zelf drijvende kracht worden, tegen hun drijvers in :  onderdrukten, in hun nieuwe kiemen zelf geen onderdrukkers meer, zullen hun les bij elke nieuwe ervaring beter begrijpen, hun ongevoeligheid voor de door een bepaalde welvaart verzachte geschiedeniszweep naast zich leggen…

  Iedereen zal pas echt in een nieuwe verscheidenheid delen kunnen…als de pansterbestuurders en de jachtpiloten niet meer meedoen willen…dan…  .

Nochtans…als dagen met arbeid zijn gevuld, luistert men niet meer naar reders of geschreven rede…maar trapt men in de subtiele vallen van de moderne slavernij.

Om waarheid te kunnen verharden, werden en worden miljoenen ervaringen uitgezift.  Om de rede op het sadisme te laten primeren…planning op verkwisting,  overleggen op hakken…om het nuttig gebruik van overschotten in de plaats van het weggooien ervan te stellen…doe je zo niet…dan doodt je de hongerigen…ook al zie je ze niet.

De rede raakt achterop door valse praat en hebberige instinkten , door boulevardpersverslaving.

Een kollektiviteit in beweging rekent best niet teveel op onbezonnen  agressiviteit, vooral op vastberaden leiders, naar eendracht strevende grote bewegingen, solidariteit en kollektiever wordende doelstellingen.

Een kollektiviteit in beweging…dat begint met individuen…dat valt niet uit de lucht en wacht niet eerst op iemand anders.  Goed uitgewerkte en vanuit verantwoordelijkheid opgevolgde afspraken, blijken telkens een garantie voor steeds opnieuw te halen doelen.

Weinig gewoon zijn en dan ineens te veel krijgen, gevolgd door schrokken, uit vrees om niets meer te hebben, brengt op termijn de eerlijkheid tot zwijgen.  Dan lokt de roep van ‘t laten omkopen, de kortste weg naar een bedwelmend teveel, breekt de moed en voedt het onderbewuste in zijn sluipende aanvallen op de kollektieve rede.

Er is geen uitverkoren volk.  Alleen telkens de oppervlakkige verschillen van stam tot stam.  Er is geen uitverkoren mens, alleen telkens die andere uit te bouwen ‘gaven’,andere levensopdrachten.

Eén internationaal ruimdenkend, strikt sociaal- ISME,

Aan geen ras, grens, taal, volk of grootkapitaal gebonden…waar iedereen rustig zijn eigen verscheidenheid aan manna vindt…waar aan het woord ‘kollaboranten van de macht’ geen smet meer kleeft, omdat die macht niet meer terug naar donkere periodes kan en mag.

Als volksaard niet over enge grenzen heenkijken kan en zich onwetenschappelijk achter stoerdoen , zogezegde godsdienst en dwaze zuiverheidsidealen verschuilt, komt met de krisis de kwel van verdrukking weer opzetten.

Men vergeet zo graag echt nobele waarden.  Men leent geld aan de gemeenschap en durft mateloos rente vragen.  Men helpt alleen diegenen die de eigen groep baat kunnen bijbrengen.

Bewust voor stemmenverlies sluit men zich in kwade zaken bij de navelstaarders aan.   Ze verdraaien waarheden en lanceren sensationele, minder sensationele of gewoon valse geruchten.

Ze bouwen een klassejustitie voor de zwarte ridders va, rond de Nijvelse nevelen…of voor de bescherming van de grote geldgabbers.  Ei zo na kneden ze met hun geld onze mening.

Wij hebben erediensten en vedettenkultus, bijna geen politieke vergaderingen ; buiten diegene waar het essentiele meestal onbesproken blijft, noit gestemd wordt.

Samengekomen op onze erediensten en vergaderingen, onmondig, geisoleerd, hopend op het aards of hemels gouden kalf…zien we de ezel in onszelf niet.   Op onze samenkomsten, met uit werkmiddens ontsproten doelen, laat men sommigen toe van ons in blok voor jaknikkertjes van de MISleidende bovenste klasse laten door te gaan.  Men ziet niet het belang dat het openbare voor het persoonlijke leven betekenen kan.  Men lijkt altijd voor een opstand beducht, men volgt de voorschriften van degelijk vergaderen niet.  

Teveel bezitsdrang allerhande, te weinig kansen op geborgenheid voor kinderen.  Teveel narcistische reflexen die ons in ons gezinnetje opsluiten.  Te wantrouwen hebberige mensen.  Teveel ruzie en sleur.  Te weinig doen aan te weinig voldoening.  Teveel verwaandheid, bezit en ontevredenheid, vertrekt van ‘nooit genoeg’ en ‘altijd minder dan een ander’.  Teveel onervarendheid om met het onderste deel van de liefde om te gaan als het allemaal zo moeilijk lijkt.

Noem mij hier terstond driehonderd redenen om in de medemens ontgoocheld te raken.  Als je ze vanuit objektieve, op het positieve gerichtte invalshoeken bekijkt, blijf je niet mopperen en zagen over ‘hij doet dit en zij doen dat en…’

 Maar toch.  Waar er veel in naam van iets objektief goeds bijeen zijn, komen er desondanks veel, toch meer en meer bereidwilligen in hun midden.  De goochelaars in valse bekwaamheid,  zij die anderen minderwaardigheid voorschuiven, snoeren mondigheid en kunnen zonder replieken met hun gepast gehanteerde ondeskundigheid, blijven bewijzen dat ze nog niet aan vervanging toe zijn.  Nooit zwijgen wanneer je vindt dat je iets afkeuren moet, de momenten waarop je dat kunt zijn immers nog veel te schaars.  Vanaf nu zijn volwassenen meer dan ooit kollektief verantwoordelijk voor oorlogen, epidemieen en werkeloosheid die hun kinderen op wereldschaal overkomen.

En toch…ondanks sommige duidelijke, nooit door de machtigen uitgelegde tekenen, gelooft een stuk van ‘t volk niet met inzicht in de macht van rede en verantwoordelijkheid.

Ze kunnen er niet in geloven, ze krijgen er de kansen niet toe ; zo bouwt men zich een harnas van gedachtenloze gemakzucht, …want anders sleurt de paniek, de stroom van de pijn van het niet volledig zijn, sommigen onder ons mee.

Het kollektieve asociale kan voorkomen worden door leiders doelmatig te kontroleren en ter verantwoording te roepen…door jezelf ook voor medeverantwoordelijk te houden.

Het asociale werkt nefast, de twijfel straft zichzelf totdat je alles hebt uitgezift en het voornaamste overhoudt.

Indien niet gegrond, is klagen giftig.  Klagen kan alleen met de bedoeling aandacht voor positieve veranderingen te vragen.

Verandering, niet om met schijnbaar sleur geworden goede gewoontes te breken, niet om enge belangen zo vlug mogelijk in vervulling zien te gaan.

Laat de superde-luxeverlangens van de klasse-aan-de-top niet toe dat ze de klasse-aan-de-dop meesleurt in haar gevechten om hun konkurrenten zelfs militair weer mee te helpen verscheuren.  Op momenten, tijdens jaren dat de meesten het alweer vergeten zijn…steekt, ‘uit het oog verloren’ het stinkend oorlogsbeest weer de kop op vanachter zijn bedriegelijke maskers.  Hoeveel doden moeten er nog vallen vooraleer de Zuid-Amerikaanse en ander nazis zijn uitgeraast en hun rechtse gelden opgedroogd ? 

Wie maakt er vandaag echt gebruik van feiten en bronnen en studies over het nog in recente vorm aanwezige verleden ?

Hoe vaak ervaren wij ons leven als een persoonlijk en gezamenlijk innemen van standpunten in sociale organisaties.

Zijn wij er ons van bewust dat het politieke, sociale en ekonomische bepaalde voor de maatschappij als geheel bepaalde negatieve wetten volgt ?  Voor wie zijn wij zwijgzaam  en spaarzaam met onze mening ?  Zien wij nog de waarheden achter armoe en glitter ?  Vanwaar komt die maatschappij bij ons en in andere gebieden ?

Naar welke maatschappij willen wij samen evolueren ?  Want niets staat stil.   We moeten de geschiedenis leren zien als ontwikkellingen die in het sociale  hun bekroning zoeken en vinden.  Welke mechanismen veroorzaken nog steeds oorlog, milieuvervuiling, onderontwikkeling, bewapening, honger, uitbuiting, verpaupering, analfabetisme…en  commerciele kulturele overheersing ?

Wat zouden christelijke en socialistische en nog andere werkers al 100 jaar lang niet kunnen bereiken hebben indien ze niet gescheiden gehouden waren ?  Indien ze meer internationale toenadering hadden gezocht.  Indien ze de superklasse die hen hun werk ontnam of onderbetaalde schaakmat hadden gezet i.p.v.voor hen gaan te vechten ?  Hebben wij niet teveel vertrouwen in een soort hemelse goeie gang van zaken ?  In de uiterlijke kunstmatige glans van alles en iedereen die ons mee in het zog van het grootGapitaal zuigen ?  Ons verfijnen kunnen we alleen als we de menselijke domheid blijven bestuderen.  Leven we niet in een samenleving waarin we mekaar meer op de hielen moeten zitten dan dat we mekaar kunnen helpen    Hoe kan dat veranderen    Alleszins niet zonder een gepaste, op het overkoepelende ingestelde mentaliteit en organisatie.           Alleszins niet door ons op onze vele verschilletjes in bezit , graad en gezag vast te pinnen.  Alleszins niet zolang er op het initiatief tot beginnen spreken precies een hypotheek rust. 

Eeen groep mensen over een belangrijk iets uit hun schelp krijgen is veel moeilijker dan alles in z’n gemoedelijke koffiezetplooien te laten liggen.  Moeilijker dan alles een opgedrongen gang te laten gaan.  Hoe komt het dat onze vrije tijd niet voor een stuk een lees-denk en vormingstijd is ?

Naar welke soort maatschappij wil de leidende klasse toe ?

Naar een gouden-kalfsyndroom voor een elite, gedragen door miljoenen die zulks ieder voor zich willen bereiken ?

Iemand met super-de-luxe dromen gelooft niet dat het kapitalisme eigenlijk een veel middellen verkwistende lintworm is.

En over wat er met het socialisme aan de hand is, en in welkstadium dat zich momenteel bevindt…daar hoor je in welk stadium dat zich momenteel bevindt…daar hoor je natuurlijk niet teveel positiefs over.  Bovendien plagen wij onszelf teveel met een aantal vooroordelen die onze eigen sociale en psychologische onvrede moeten wegcijferen.  Vooroordelen en zich laten domineren door alles en iedereen komen soms ook beter uit voor persoonlijk willen hebben dan om gezamenlijk te willen zijn.

Vooroordelen zijn niet alleen een gevolg van passiviteit en berusting omdat alles toch zo complex in mekaar zit, maar ook een gevolg van alle negativiteit en emoties die we door moeten.  Waarom zouden we onze kollega’s als konkurrenten beschouwen ? Vooroordelen zijn een gevolg van een gebrek aan kennis en bewustzijnsgraad,  nodig om het geheel der toestanden en gebeurtenissen te kunnen blijven overschouwen.  Vooroordelen zijn er om de enge voordelen te kunnen behouden.

Slechts door een  ontleding van situaties, een op de belangen van de werkers (arbeiders, bedienden, boeren , zelfstandigen, KMO’s)gerichtte uitgangspositie, krijgen vooroordelen geen kans meer.  Pas dan wordt kennis strijdbaarder dan vooroordeel.

Kinderen, jullie nieuwe dragers van het leven, jullie zijn niet gebaat met een vervalste geschiedenis.  Hoe kunnen jullie je echt goed in ‘t heden voelen , als dat heden jullie niet wordt uitgelegd als een stap naar een te richten toekomst toe ?

Gaan jullie je ook laten verdelen ?  Of zullen jullie de oneindige voordelen van zich achter objektieve bronnen aaneen te sluiten inzien ?   Wijsheid, hoe zwaar ook aan moeilijke omstandigheden gebonden, blijkt achteraf eerst een vooruitgang te zijn.  Wijsheid kan eerst beginnen , daar waar men door ervaring hernieuwd doorzicht hebben blijft.  Waarom moet lijden altijd eerst voor de wijsheid, de mankheid van strukturen aantonen ?  Rechtvaardigheid, geboren uit de kracht om het onbeholpene de wereld uit te helpen…moet stillaan vlugger vooruitgang boeken…mag niet meer achteruitgaan.

Temidden van al het ongelukkige , nieuwe levenskansen scheppen, tweemaal beter af zijn, eenmaal materieel, eenmaal psychologisch.  Beseffend dat  deze inzichten in de eerste plaats kollektieve erfenissen zijn ; erfenissen die ik tracht onder woorden te brengen , dank ik jullie voor jullie aandacht…en wens ik jullie veel kracht om  op deze inzichten blijven verder te bouwen.

octo

De commentaren zijn gesloten.