Inplanting van patriotische gevoelens

 

Eerst de grote God de vader, dan de zoon en vervolgens de heilige geest. "Laat ons zeggen grootvader, zoon en kleinzoon", dacht de knaap in de godsdienstles. Bompa als diegene die in het slechtste geval het gevoel heeft van z'n strijd verloren te hebben nu de oorlogen na WOII bleven voortduren.  De zoon die maar nauwelijks de frustraties van z'n vader ontworstelt is.

De kleinzoon als de nieuwe hoop die eindelijk heel zijn voorgeschiedenis op een rijtje krijgt; conclusies trekt, en een ander, gelouterd vader en grootvader zijn kan.

De objectieve levensdraden. De strijd om 't bestaan. Grootvader, eind vorige eeuw geboren, teenager bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog. De grote machthebbers slaagden erin van het werkvolk van voornamelijk Europese landen mekaar te doen afslachten en haten.

Wiens 'strijd' om het bestaan was dat eigenlijk ? Het was de strijd van diegenen wiens geld niet meer genoeg opbracht op de beurzen.

Hun vertegenwoordigers in eigenlijk hun Staat wilden van hun Staat de leidende ekonomische macht maken. Diegenen die melancholisch dachten dat ze hun leven voor hun vaderland gaven; stierven in feite voor de geldwaanzin van de Grootgeldheren.

Grootvaders vader werkte nog voor een grootgrondbezitter voordat hij op z'n eigen lapjes grond kon beginnen. Het was de tijd van de 5, de 10 en de 14 kinderen per gezin. De tijd ook dat de uitbuiting en de 'ontwikkeling' van de verre, meestal overzeese gebieden tot in de kleinste parochie 'gesteund' werd; zonder dat het merendeel van de boerkes wist welke industriele groepen ze eigenlijk steunden en in welke mate ze bezig waren met het leven van die andere, overzeese boerkes te ontwrichten.

Hoe zouden ze het ook geweten hebben, werken en voortdurend uitbreiden of verdwijnen en honger lijden , was hun deel. Om de geschiedenis te leren interpreteren was er geen tijd : de pastoors, de baronnen, de fabrieksbazen en al hun politiek personeel hadden toch het eerste en het laatste woord; en niet alleen omdat zij het waren die betaalden en betaald werden; maar ook omdat zij het nog altijd voor het zeggen hadden; zelfs na de invoering van het algemeen stemrecht :...de ultieme burgerlijk demokratische illusie van medezeggenschap over wie het uitbuitingsproces leiden mocht.

Vader kwam eraan...juist toen de jaren twintig al een beetje op gang gekomen waren. De Russische revolutie werd door 14 buitenlandse machten zwaar belegerd en de Duitse revolutie, mede als reaktie op de slachtpartij van de eerste wereldoorlog en allerlei onbering; was nog maar net bloedig neergeslagen of de burgerij tilde het fascisme langzaamaan in een positie vanwaaruit het de rol van de in krisisjaren opgebruikte burgerlijke demokratie kon gaan verdringen.

De ene illusie als oplossing voor de andere gebruiken, bleek de remedie om te voorkomen dat de werkers de macht zouden grijpen. De verpaupering deed weer haar werk, de arbeidersklasse, fysiek en organisatorisch verslagen , liet zich weer vangen en trok weer tegen de buurlanden ten strijde in plaats van de macht in eigen land te grijpen en de oude draken naar de 'vuilnisbak van de geschiedenis' te verwijzen. Deze keer wren het niet de opstandige arbeiders-soldaten die met hun revolutionaire dreiging het einde van de oorlog hadden ingeluid. Nee, het ene imperialistische beest had gewoon het andere verslagen; de oorlogsindustrie had haar centen binnen en er was alweer een plan klaar om geld te verdienen met de wederopbouw. De voornaamste hoofdoorlogsmisdadigers van 't ene beest werden bestraft of ingelijfd in de spionagediensten van het andere beest; en de plannen van sommige politieke strategen om als twee beesten tesamen door te stoten naar het oosten...VOORLOPIG OPGEBORGEN. De vader vond geen werk in het Waalse industriebekken en, nog maar net ontsnapt aan het lot van een kleine honderd door concentratiekampen gedode dorpsgenoten, diende hij zich dooe keihard werken een plaats in de fruitteelt en de handel te veroveren. Zijn plannen om in de Kongo te gaan werken had hij na de koloniale school in Brussel, definitief opgeborgen.

De kleinzoon kwam...midden jaren vijftig. Zijn moeder had na een granaatinslag een eigrote krater in haar bovendijvlees overgehouden...een paar centimeter naar links...en onze knaap was nooit geboren.

Een jong, zwaarbloedend meisje, nipt van een Vietnam - of Irakachtige of... oorlogsdood gered. The 'golden sixties' kwamen eraan. De bruto nationale produkten begonnen weer te stijgen, in 't Westen meer dan in een deel van het Oosten en in schril contrast met het zuiden. Niets zou de vooruitgang nog kunnen tegenhouden : overproduktie ? onverkoopbare stocks ? ...nooit van gehoord. Met zo min mogelijk mensen produceren werd de nieuwe geloofsbelijdenis. De overbuiting in de zogezegde exkolonies werd geperfektioneerd via colaborerende elites, en methoden die men in het Westen niet meer durft te gebruiken.

De kleinzoon had aanvankelijk nog niet door dat dit alles niet met wat gewoon 'broederlijk delen' op te lossen was. Politiek...wat was dat, niemand die een echte uitleg had; soms leek het op het verschil tussen een aantal kranten; soms bij de dorpsverkiezingen op het verschil tussen een aantal min of meer sympathieke figuren.

Ook de kleinzoon zou een gezin stichten en moest z'n boterham gaan verdienen. Hij had wel graag op 't land blijven werken, maar die kapitalen daarvoor nodig en die commerce daarrond waren er teveel aan.

Zwaar werk als sjouwer van fruitkisten lag hem, maar hij wou meer tijd om het leven te bestuderen...en niet alleen op de manier die de school hem had bijgebracht. Het leven zou hem alles leren wat hij nodig had.

octo

De commentaren zijn gesloten.